De wereld vergaat in 2012, kom naar Hongarije

De goede oude tijd

Eigen werk, 12 augustus 2012

Na weer een hete Hongaarse middag in het zadel, cirkel ik sloom rondjes om het centrale plein van de oostelijke stad Nyíregyháza. Ik wacht op mijn gastvrouw van vanavond en geniet van het levendige schouwspel op het plein. De terrassen zitten vol en net als in Boedapest komen de mensen op mij over als ontspannen en tamelijk tevreden. Sociale spanningen staan bij de meesten niet op het voorhoofd geschreven, maar onder het genot van biertje en een groot bord falafel schetst mijn gastvrouw Mira even later een heel ander beeld van haar landgenoten. Het verhaal van een volk met een trauma.

Licht sarcastisch legt Mira direct de vinger op de zere plek. ‘Wist je dat dit het enige land ter wereld is dat omringd wordt door zichzelf?’ Ik snap waar ze het over heeft. Hongarije is door zijn rol in de Eerste Wereldoorlog gedwongen om 71% van zijn grondgebied af te staan aan buurlanden in het Verdrag van Trianon, in eigen land het Trauma van Trianon genoemd. Daarom wonen er sindsdien in landen als Slowakije, Roemenië en Servië grote groepen etnische Hongaren. Door herstelbetalingen, verlies van grondstofrijke gebieden, toegang tot zee en veel vluchtelingen klapte de economie en was het Machtige Hongaarse Rijk gedegradeerd tot de verliezer van Centraal-Europa.

Frustraties binnen eigen gelederen en bij de Hongaren die ineens buiten hun eigen land woonden zijn nog altijd springlevend en zorgen voor etnische en politieke spanningen. De hoop op eerherstel is er voor velen nog steeds, en dit nationalisme wordt aangewakkerd door de rechts-populistische partij Jobbik die spreekt over een Groot-Hongarije en die voor het gemak meteen maar even een stukje antisemitisme opneemt het program. Aangevuurd door de economische situatie, begrotingsregels van de EU en problemen met de grote Romapopulatie is Jobbik de derde partij van het land met een flinke achterban, met name in dit armere noordoosten van het land.

Wat ik van Mira en anderen hoor is het vooral een probleem dat Hongaren zo’n drang hebben naar ‘de goede oude tijd’. ‘In die drang naar het verleden schuilt een ontkenning van vandaag en morgen‘, zegt ze bezorgd; ‘onmogelijk om zo als samenleving echt vooruit te komen’. Ze vertelt dat de negativiteit zich ook uit in hun nationale feestdagen. ‘Hier vieren we geen glorieuze overwinningen, maar treuren we juist op dagen van verloren slagen’. Dit typeert inderdaad het complex waar het land mee worstelt. Intussen stopt de tijd niet en gaat het land na zware jaren onder het communisme volop mee in de stroomversnelling van het kapitalisme. Het gapende gat blijft tussen mensen die lonken naar het verleden en oude waarden willen herstellen. Een plaatje dat rondcirkelt op Facebook zegt genoeg: ‘De wereld vergaat in 2012, kom naar Hongarije, we lopen 50 jaar achter.’ Er is vast een socioloog die kan vertellen dat wanneer mensen de grond onder hun voeten wankel vinden, ze teruggrijpen naar oude waarden in een onrealistische nieuwe vorm. Nieuwe wijn in oude vaten.