In het verlaten Circus

Alternatief toerisme in Moldavië

Eigen werk, 9 september 2012

In veel Oost-Europese landen is reizen niet zo vanzelfsprekend als bij ons. Ik durf niet te zeggen of het daar helemaal aan ligt, maar ik blijf me verbazen over de Russische, Moldavische en Oekraïense toeristen die ik tegenkom. Ze beleven toerisme totaal dan de westerse toeristen die ik ontmoet. Poseren voor Maria in een orthodoxe kerk, samen voor een stadbeeld waarvan ik vrij zeker weet dat ze geen idee hebben wie het is, en als toppunt in de brandende zon in Odessa in de rij staan om op een bepaalde stoel een kiekje te nemen. Reuze grappig. Ook qua hotelkeuze denken de Russische toeristen heel anders. Het moet goed zijn, en je krijgt waar je voor betaalt. Je ziet ze daarom ook zelden in een jeugdherberg, maar liever in de grote, statige hotels die een mix zijn van oude sovjetkitsch en hippe loungecultuur. Chique, duur en veilig; de Russische toerist gaat voor zekerheid en zal niet snel buiten de gebaande paden treden.

Misschien is het de manier van denken, misschien staat reizen nog in de kinderschoenen en weten ze ook niet goed wat ze anders moeten doen. Toch ziet het er niet uit alsof ze tekort komen. Ze genieten duidelijk van hun vrije week of weekend en laten de Roebels vrolijk wapperen in de restaurants rondom de Potemkintrappen in Odessa of in een sushibar in de Moldavische hoofdstad Chisinau.

In Chisinau is weinig te doen. Iedereen die er als toerist is, struint langs de sovjetgebouwen, stadsparken en de eeuwige verzameling standbeelden. Ik zie daar echt niet het nut van in en zoek naar een andere manier om iets te doen in deze relatief jonge stad die na de oorlog bijna helemaal herbouwd moest worden. Samen met Hugo, een Engelse lotgenoot kom ik op het spoor van het circus van Chisinau. Niet echt boeiend zou je denken, maar het bijzondere aan dit circus is dat het dicht is. Ruim tien jaar geleden wandelden er voor het laatst beren, leeuwen en olifanten door de enorme ruimten van het grootste circus in de hele USSR.

Het pompeuze circusgebouw staat vlak buiten het centrum, en bewapend met zaklampen zoeken we naar een plek waar we naar binnen kunnen. Het is niet moeilijk. We hoeven maar één laag muurtje langs, gaan half tijgerend over het bordes om niet gezien te worden, klimmen dan over een soort kartonnen afscheiding en voor we het weten staan we in een stikdonkere arena. Dit is geen alledaags toerisme. Sterker nog, het is verdomd spannend. Buiten de lichtbundel van mijn zaklamp die door de enorme ruimte schiet, is zien we geen hand voor ogen en we horen boven ons een deur slaan. Snel doven we onze lichten en staan aan de grond genageld muisstil te luisteren of we iemand horen. ‘Was het toch een slecht idee?’, denk ik bij mezelf. Wat is het slechtste wat ons kan overkomen? Politie of eventuele ‘bewoners’ van dit curieuze stofnest?

We horen niks meer en sluipen via een zijdeur een verdieping omhoog, waar een lange rondgang ons langs halfontruimde kamertjes leidt . Het voelt een beetje als schatzoeken. Elke kamer onthult weer een kijkje in het vergane circusleven. We vinden oude affiches met dansberen, sovjetpropaganda en vreemd genoeg een warrig gedicht in het Engels tussen muziekpapieren.

What a sober keep in mind
There is a pire in the sea for a calm
alert
To spit against the wind

De piano ligt in stukken door de hele kamer en de muziekbladen op de grond. Pianist zijn voor een circus lijkt me een vrij roemloos bestaan. Voor eeuwig verbannen achter de coulissen en zonder al teveel waardering. We horen weer een geluid. Ik pak een stevige stok van de grond en we lopen bedachtzaam door. Ik loop voorop en ben bij elke nieuwe kamer bang dat we een lijk vinden van een junk of een oude clown wiens leven instortte toen het circus sloot.

De houten vloeren kraken onheilspellend en via nog een trap komen we op een balkon terecht. Een eindje verderop zien we een jongen op het dak van een bijgebouw lopen. We zien niet alleen. Zonder teveel lawaai te maken dalen we weer af richting de arena, die er van bovenop de tribune imposant uitziet. De wind giert door het gebouw en overal klapperen deuren. We voelen ons zeker niet op ons gemak, maar besluiten voor een korte finale te gaan. Hugo heeft zijn vuurkunstattributen meegenomen en na wat aanmoediging van zijn enige publiek gaat hij aan de slag met twee halve bierblikjes en een scheut kerosine. Helaas zijn we de popcorn vergeten, maar met een lokaal biertje neem ik plaats op  de tribune. Het is nog altijd aardedonker en met het idee dat er elk moment iemand kan verschijnen bij een van de ingangen doet de adrenaline door mijn lichaam pompen. Ik kijk toe hoe Hugo de kerosine in de blikjes aansteekt en ze met kettingen sierlijk rondslingert. Hij danst, springt en maakt riskante en wonderlijke patronen met zijn brandende blikken, en het vuur geeft een magische gloed over de lege arena. Wanneer de vlammen langzaam doven, zitten we op de tribune en merken dat alle angst verdwenen is. Het circus van Chisinau heeft voor het eerst in tien jaar weer een show gehad.

Tevreden gaan we naar buiten, en lopen rustig terug over het bordes. Dit was een ervaring die ik nooit zal vergeten, en geen standbeeld kan daar tegenop.

Tags