Nederland: de eerste slagen

Noosh-e-Jaan, 1 juni 2018

Ik fiets langs de oude Ambachtsschool, Café Pierik en de bowlingbaan waar ik menig kinderfeestje heb gevierd. Zwolle heeft weinig raadsels voor me. De gebouwen zijn vertrouwd, de straatnamen zijn vertrouwd en je komt er altijd bekenden tegen. Mijn stadje, waar elke hoek een verhaal heeft. Maar vandaag is alles anders. Ik fiets voor het laatst langs haar oude gebouwen en straten. Vandaag ben ik begonnen aan een wereldreis. Alleen en helemaal naar Bali. Een fietsreis die me in twee en een half jaar over 33.000 kilometer, door ruim dertig landen en honderden plaatsen zal voeren.

Nog een grote lunch aan de eettafel bij mijn ouders met brood, kaas plus echte Zwolse mosterdsoep, en dan is het zover. Uitgezwaaid door de mensen van wie ik hou, weet ik dat het begin zwaar zal worden. Liefde, vriendschap, werk en geborgenheid laat ik in Nederland achter. Ik ben ook amper getraind, heb nauwelijks tijd gehad om mijn nieuwe spullen uit te testen en fiets voor mijn gevoel halsoverkop weg uit een gelukkig leventje.

Zodoende rijd ik met verbeten gezicht Zwolle uit en volg ik de Vechtdalroute die me binnen twee dagen Duitsland in zal loodsen. Ik zit verstijfd in het zadel, kijk strak voor me uit en voel me ellendig. Waarom doe ik dit eigenlijk? Waarom laat ik dit mooie leven achter me? Na een paar uur verlies ik ook nog eens de routepaaltjes uit het oog en beland ik aan de rivier de Regge. Het is nog vroeg, maar ik besluit mijn eerste bivak hier op te zetten om rustig al mijn kampeerspullen uit te testen.

Eerst de tent. Ik begrijp geen fluit van de instructies en zet hem tenslotte scheef en binnenstebuiten op. Dan is mijn kookstel aan de beurt, een benzinebrander. Ik draai wat aan de knoppen en er komt inderdaad benzine uit het slangetje gespoten. Maar wat nu dan? Voorzichtig steek ik het aan, niet doorhebbend dat het reservoir allang was overstroomd en er brandstof over het kurkdroge gras sijpelt. Een enorme steekvlam schiet naar alle kanten over de grond, terwijl de benzine nog loopt. Ik draai snel het kraantje dicht en stamp de beginnende heidebrand net op tijd uit.

Op de Dag van de Heer zijn de winkels dicht, wat betekent dat ik me moet redden met de knoflook, spaghetti en pindakaas die ik vanochtend uit moeders keukenkastje plukte. Mijn eerste maaltijd bestaat dan ook uit deze twijfelachtige combinatie. Ik sluit mijn ogen en denk terug aan die overheerlijke mosterdsoep van vanmiddag. Een smakelijk begin van een culinaire wereldreis.

Zwolse mosterdsoep

Voor wie meer in het keukenkastje heeft staan dan spaghetti en pindakaas is hier dit lekkere recept uit mijn geboortestad.

3 el roomboter|200 g prei, in dunne ringen|2 teentjes knoflook, fijngehakt|4 á 5 el grove (Zwolse)  mosterd|8 dl groentenbouillon (liefst geen blokje)|2,5 dl slagroom|150 g belegen kaas, geraspt|lente-ui ter garnering|zwarte peper|spekblokjes, uitgebakken (optioneel)|1 zure appel, geraspt (optioneel)|

  • Smelt de boter in een braadpan en bak de prei en knoflook zo’n 20 min. op middelhoog vuur tot de prei glazig is.
  • Zet het vuur laag, voeg 3 eetlepels mosterd toe en bak deze 3 min. mee.
  • Voeg de bouillon toe en breng de soep aan de kook.
  • Zet het vuur laag en kook onder af en toe roeren zo’n 20 min.
  • Haal de soep van het vuur en pureer deze met een staafmixer.
  • Voeg vervolgens de slagroom toe en breng opnieuw aan de kook.
  • Roer de kaas door de soep, proef deze en voeg naar smaak nog 1 á 2 eetlepels mosterd toe en zet het vuur uit.
  • Breng de mosterdsoep op smaak met zwarte peper, garneer met lente-ui en eventueel met uitgebakken spek of geraspte appel.
  • Serveer met stevig bruin brood, roomboter en belegen kaas.