De traagste trein van Myanmar

De trein van Mawlamyine naar Dawei

Genoeg, 23 april 2018

Om half 4 ’s ochtends staan Elske en ik met onze fietsen op het donkere perron. In de vertrekhal liggen Birmese families op bamboematjes te slapen of drinken mierzoete melkthee bij een van de kraampjes naast het spoor. Zonder dat we het echt doorhebben, komt een fel licht langzaam onze kant op gekropen: met een schamele 20 kilometer per uur dient de Southern Express zich aan.

Ondanks mijn koppigheid om elke kilometer op reis te fietsen, moeten we ons in Myanmar overgeven aan visumdruk. De 28 dagen van ons toeristenvisum zijn bijna op en we moeten nog een flink eind om van de stad Mawlamyine naar de zuidgrens met Thailand te komen. Daarom storten we ons in het avontuur van het Birmese treinreizen, wat spannender klinkt dan het is. Ons handgeschreven kaartje vertelt ons namelijk dat we het traject van 300 kilometer gaan afleggen in 16 uur, waarmee dit de langzaamste trein van Myanmar, en waarschijnlijk van heel Zuidoost-Azië is. De positieve kant van het verhaal is dat we voor deze 16-urige rit slechts anderhalve euro per persoon kwijt zijn, dus we krijgen beslist waar voor ons geld.

Nadat we een kruier wat theegeld toestoppen, verdwijnen onze fietsen in de bagagewagon tussen grote rijstzakken en een houten kooi met varkens. Wij klimmen de oude wagon in, die mogelijk nog stamt uit de tijd van de Britse Raj, gevolgd door een kleine horde verkopers met schalen gesneden meloen op het hoofd, een kist met sigaretten of mandjes rijst en gebraden kip.

Onze plaatsen blijken bezet door twee jongens met geblondeerd haar en strakke zwarte jeans. Wanneer ik vragend met onze kaartjes zwaai, komt een conducteur in actie die snel zijn shirt dichtknoopt en de jongens vraagt om aan de andere kant van het gangpad te gaan zitten. Een oude man in vale legerjas loopt wat verdwaasd rond en heeft geen idee waar zijn plaats is. Mogelijk zitten de mannen schuin achter ons op zijn plek, maar die zijn zich van weinig meer bewust en zitten met halfopen ogen en halflege whiskeyflessen onderuitgezakt te roken.

Zodra de conducteur zijn werk gedaan heeft, knoopt hij zijn shirt weer los en komen we in beweging. De eerste schok en eerste meters zijn ongeveer hetzelfde als bij een Nederlandse trein, alleen blijft het hierbij en sukkelt de Southern Express met zo’n 25 kilometer per uur de stad uit. ‘Dit hadden we met de fiets ook gekund’, lacht Elske naast me. Toch ben ik blij dat we niet de snellere bus hebben genomen. Per trein rijden we namelijk dwars door de achtertuin van mensen, de rijstvelden en prachtige jungle heen en zien we een uniek stukje Myanmar.

De deuren staan open, de ramen staan open en zodra we de dichtbeboste heuvels in rijden, zwiepen bamboetakken soms gevaarlijk naar binnen. We stoppen af en toe bij stoffige stationnetjes met meer koeien dan mensen en een paar verbaasd kijkende kinderen die vanuit houten hutjes vrolijk naar ons zwaaien. Zouden ze ooit eerder buitenlanders gezien hebben?

Naast de whiskeydrinkende jongens ligt een monnik languit te snurken, moeders lopen heen en weer met kinderen op hun arm en er wordt continu gegeten door families om ons heen. Tja, je moet ook wat als je 16 uur in deze jungletrein zit. Voor ons werkt dit lange zitten haast meditatief. We hebben weinig gesprek met de mensen om ons heen, maar voelen ons toch onderdeel van het trage leventje in de coupé. We deinen lekker mee op het ritme van de trein die zich schuddend, piepend en krakend een weg baant door dit eindeloze heuvelland. Het is heerlijk je over te geven aan die eindeloosheid. Je neemt het landschap in je op en ziet alles geleidelijk veranderen. Soms val ik even in slaap op mijn houten bankje, die  steeds comfortabeler wordt naarmate we langer zitten. Zodra we op onze bestemming aankomen, vind ik het bijna jammer dat we weer op de fiets verder moeten.