Een verloren strijd

De Kanttekening, 31 december 2019

Al jaren strijdt de etnisch Cambodjaanse minderheid in Zuid-Vietnam, de Khmer Krom, voor erkenning, cultuurbehoud en zelfbeschikking. De Vietnamese overheid ziet dit streven als een gevaar voor nationale eenheid en slaat elke vorm van vreedzaam protest hard neer. Ondanks dat mensenrechtenstichtingen berichten over onderdrukking van de Khmer Krom, blijft hun stem grotendeels ongehoord en lijkt er geen eind te komen aan de gedwongen assimilatie door de communistische regering. Toch vragen historici zich af of de roep om onafhankelijkheid wel gegrond is en of de Khmer niet gedoemd zijn te verdwijnen in de vergetelheid.

Voor bezoekers met een ongetraind oog lijkt de provinciestad Sóc Trăng in de Mekong Delta op elke andere marktplaats in het gebied. Volbeladen brommers razen rond de smalle straten, vrouwen met rijsthoeden zitten op kleedjes vis te verkopen en er liggen houten vrachtschepen met kokosnoten en ananassen aangemeerd. Maar wie de stadsdrukte achter zich laat en het platteland verkent, hoort ineens andere stemmen, ziet kleurrijke tempels met bonte versiering en iets donkerder mensen; potiger en vaak met gekruld haar. Dit is het culturele hart van Kampuchea Krom, een gebied waar de etnisch Cambodjaanse Khmer Krom al meer dan tweeduizend jaar het vruchtbare land bewerken. Ondanks dat zij een minderheid in eigen regio zijn geworden, is hun cultuur op het platteland nog springlevend. Ouderen spreken alleen Khmer, er wonen tienduizend boeddhistische monniken in de talrijke kloosters en de Khmer Krom houden vast aan hun eigen traditionele sporten en feestdagen.

Kampuchea Krom staat voor Lager Cambodja en was meer dan 800 jaar de meest zuidelijke regio van het machtige Khmer-rijk. Vanaf de vijftiende eeuw raakte dit rijk in verval en werd de Mekongdelta langzaam maar zeker overgenomen door de Vietnamezen. Toch wordt dit vruchtbare deltagebied nog altijd geclaimd door de etnisch Cambodjaanse gemeenschap, al zijn zij afgegleden tot de armste bewoners van het gebied. De Khmer lopen achter op gebied van onderwijs, taal en arbeidsparticipatie en staan volgens sommigen voor een culturele genocide. ‘Ons aantal is aan het afnemen en we vrezen voor de toekomst’, klaagt Thach Ngoc Thach (63). De activist noemt de onderdrukking van onderwijs in het Khmer, het verbod op samenscholing en de gedwongen naamsverandering die de gemeenschap moesten ondergaan vanaf de jaren vijftig, waardoor ze op papier en in naam niet meer te identificeren zijn als Khmer. ‘Dat noem ik culturele genocide’, zegt Thach. ‘Het recht wordt ons ontnomen om te zijn wie we zijn. Daar komt bij dat we van oudsher boeren zijn, die leven in kleine, hechte gemeenschappen. Toen de communisten hier aan de macht kwamen werd onze landbouwgrond oneerlijk herverdeeld en zijn veel Khmer landloos en arm geworden. Daardoor voelen veel van ons zich gedwongen zich te vestigen in grote steden als Ho Chi Minhstad, waar we afgesloten raken van onze taal, cultuur en gemeenschap. De tragiek is dat juist Ho Chi Minhstad ooit een Cambodjaans bolwerk was en bekend stond als Prey Nokor, boskoningkrijk in het Khmer. Dat we juist hier onze identiteit moeten verliezen is extra schrijnend.’

Ook mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch geeft aan dat de Khmer Krom kampen met ernstige restricties op vrijheid van meningsuiting, samenkomst, vrije informatievoorziening en zelfs op vrij reizen. Daarnaast heeft de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties diepe zorgen geuit over de discrepantie tussen het plaatje dat de Vietnamese overheid schetst naar de buitenwereld en de realiteit van angst en onderdrukking waarin veel Vietnamezen, en vooral etnische minderheden, dagelijks leven.

Ondanks dat Vietnam ondertekenaar is van de VN-verklaring over de rechten van inheemse volken en De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, heeft het land weinig politieke wil getoond om ernstige mensenrechtenschendingen aan te pakken. Hierdoor zijn etnische minderheden waaronder de Khmer Krom nog altijd slachtoffer van onderdrukking, systematische intimidatie van activisten en gevangenisstraffen en marteling zonder gegronde beschuldiging en zonder bescherming van de wet. ‘Zonder connecties binnen de overheid heb je in Vietnam geen poot om op te staan, dus moeten we het onrecht maar slikken’, zegt boerin Neang Sen (67). ‘Onze roep om gerechtigheid wordt niet alleen genegeerd, maar wordt gezien als verstoring van de openbare orde. Een familie uit mijn dorp die probeerde hun land terug te krijgen na de oneerlijke herverdeling kreeg bezoek van een door de overheid aangestuurde bende, bewapend met stokken en kapmessen die haar huis in brand staken. De boodschap is duidelijk. We zijn tweederangsburgers en hebben niets te willen.’

Doordat waarnemers en journalisten buiten de deur worden gehouden, blijft het leed van de Khmer Krom grotendeels ongehoord in de rest van de wereld, maar ook onder Vietnamezen zelf. Zo vertelt docente Thao (34) uit Ho Chi Minhstad dat ze wel vaag gehoord heeft van de Khmer, maar vooral dat het gevaarlijke mensen zijn waar je voor uit moet kijken. ‘Ik weet dat ze trouw zijn aan hun cultuur, maar ook wat grof en agressief.’ Haar collega An (31) vult aan dat de Khmer Krom volgens haar arm zijn en een beetje dom.’

Deze stereotypen zijn zo diep doorgedrongen in de samenleving dat ook veel Khmer zelf geloven dat ze slechter zijn in plannen, handel en geldzaken. Thach wijst dit stereotype echter resoluut af. ‘Als een bevolkingsgroep stelselmatig in de marge wordt geduwd, cultureel geïsoleerd raakt en hun land wordt afgenomen, dan kun je verwachten dat het een arme en laagopgeleide gemeenschap voortbrengt waaruit dergelijke stereotypen ontstaan. Om uit deze marge te komen hebben we het recht nodig om vreedzaam te kunnen leven in ons vaderland’, zegt student Serey (24).’Dit komt neer op meer toegang tot onze moedertaal, vrijheid van meningsuiting en openheid over de geschiedenis van ons volk en dit gebied.’

Marginalisering

Volgens Vietnamese overheidsstatistieken maken de Khmer Krom 1,2 miljoen uit van de 21 miljoen inwoners in de Mekong Delta. Externe schattingen zijn beduidend hoger en lopen op van tot 7 tot zelfs 10 miljoen.Daarnaast leeft er een significante groep Khmer Krom-vluchtelingen in Cambodja, Amerika, Frankrijk en Australië.

Het lijkt erop dat de Khmer Krom voor een zware strijd staan als de gemeenschap overeind wil blijven in Vietnam. Door restricties op onderwijs in het Khmer en beperkte economische mogelijkheden in eigen gemeenschap, geven zij zich langzaam over aan het leven in modern Vietnam, waarin zij geen onafhankelijke groep meer zijn. Nu al spreken veel tweede generatie stadskinderen geen fatsoenlijk Khmer meer, zijn ze afgezonderd van de Cambodjaanse boeddhistische tempels waar de gemeenschap samenkomt en zijn ze maar half op de hoogte van hun culturele erfgoed, doordat ze naar Vietnamese scholen gaan en geen vakantie krijgen tijdens Cambodjaanse feestdagen.

De Khmer Krom genieten slechts beperkt recht op vrijheid van onderwijs. Het is verboden om les te geven in de geschiedenis van Kampuchea Krom en het studeren in eigen taal wordt door de overheid beperkt tot een ondermaats programma van een paar uur per week. Hierdoor is het Khmer gedegradeerd tot een taal die ze alleen thuis spreken in de dorpen. Tegelijkertijd worstelen de plattelandskinderen met het Vietnamees. Daarbij hebben families vaak geen geld voor hoger onderwijs en verlaat 56 procent van de Khmer Krom school voortijdig. Zo vertelt Serey, dat hij en zijn vrienden geen woord Vietnamees spraken toen zij voor het eerst naar school gingen. ‘Klasgenoten en zelfs leraren maakten ons belachelijk en zorgden ervoor dat we ons niet welkom voelden. Logisch dat zoveel van ons het niet redden.’

Naast restricties op onderwijs is het in Vietnam verboden om te kijken naar TV-zenders uit buurland Cambodja en de overheid patrouilleert actief in de dorpen om dit verbod te handhaven. Ondanks al deze pogingen om de Khmer gedwongen te assimileren en te marginaliseren, staat de gemeenschap bekend om hun loyaliteit aan eigen cultuur. In het hart hiervan staan de boeddhistische monniken, die zich vaak hard maken voor het leed van de gemeenschap. Daarom zijn in de afgelopen jaren veel monniken gearresteerd of zelfs gedwongen uit hun kloosterorde te stappen, omdat ze een bedreiging zouden vormen voor de nationale veiligheid. De vermeende dreiging ging van het lesgeven in het Khmer zonder toestemming, het verspreiden van boeken in het Khmer tot het organiseren van vreedzaam protest.

De geschiedenis

Uit oude Chinese manuscripten en recent archeologisch onderzoek blijkt dat de voorouders van de Khmer het gebied al twee- tot vierduizend jaar geleden bewoonden. De Vietnamezen betraden het toneel pas vanaf 1620, toen veel boeren Centraal Vietnam ontvluchtten vanwege droogte, oorlog en voedseltekorten. De toenmalige Cambodjaanse koning stond hen toe land te ontginnen en een douanepost op te zetten in de haven van Prey Nokor, het huidige Ho Chi Minhstad. Al snel kwamen de kolonisten in groten getale en werd het verzwakte Cambodjaanse rijk langzaam vervietnameesd. Gedurende de zeventiende en achttiende eeuw kregen Vietnamese koningen een steeds grotere invloed op het gebied en maakten zij het verzwakte Cambodjaanse hof onderdanig en schatplichtig.

Terwijl de Khmer Krom langzaam een minderheid werden in eigen land begonnen de Vietnamezen aan een zogenaamde beschavingsmissie waarin ze hun eigen cultuur probeerden op te dringen aan de inheemse bevolking, die zij zagen als ongeciviliseerde barbaren. Verzet van de Khmer Krom tegen de Vietnamese machtsovername en dit gedwongen assimilatiebeleid bleef niet uit en leidde tot een grote opstand en enkele veldslagen in de negentiende eeuw, die allemaal werden neergeslagen door de Vietnamezen. De toenmalige Cambodjaanse koning Anh Duong, die voelde dat zijn macht in de Mekongdelta, maar ook in Cambodja zelf, steeds meer bedreigd werd door de Vietnamezen, riep toen de Fransen te hulp. Deze zagen hun kans schoon en lijfden in 1858 de Mekongdelta in als kolonie, die zij omdoopten tot Cochin-China.

Ondanks dat het gebied op uitnodiging van de Cambodjaanse koning en met hulp van de lokale Khmer Krom onder Franse controle was gebracht, werd de Mekongdelta een eeuw later aan Vietnam overgedragen. Op 4 juni 1949 veranderde wet 49-733 de status van Cochin-China en kwam de hele regio onder Vietnamees bestuur zonder dat zowel de Cambodjaanse koning als de lokale Khmer om hun mening of toestemming werd gevraagd. De Fransen redeneerden dat de Khmer Krom nog maar 10 procent van de bevolking uitmaakte in de Delta en ze tijdens hun verovering van het gebied vochten tegen Vietnamese soldaten, niet tegen Khmer en dat ze in de dorpen Vietnamese ambtenaren troffen, geen Cambodjaanse.

Melancholie en strijd

De in Amerika gevestigde actiegroep Khmers Kampuchea Krom Federation (KKF) voor het volledige terugdraaien van wet 49-733. Volgens voorzitter Vien is het nooit echt bewezen dat de Mekongdelta voor 1949 officieel aan Vietnam toebehoorde en heeft de lokale bevolking recht op zelfbeschikking.

Toch is deze theorie over de onafhankelijkheid van Kampuchea Krom volgens de meeste historici, internationaal rechtsgeleerden en politicologen gebaseerd op drijfzand. Zelfs de Engelstalige Cambodjaanse krant The Khmer Times bericht dat het tijd is voor Cambodjanen om de consequenties van hun geschiedenis te aanvaarden, zoals ook in de Conferentie van Genève van 1954 werd gesteld dat de Mekongdelta feitelijk al niet meer onder de Cambodjaanse kroon viel toen het gebied werd overgenomen door de Fransen.

‘De wens om onafhankelijkheid is daarom een historische vergissing’, zegt de Cambodjaanse historicus Sovann (55). ‘Daarbij wordt vaak vergeten dat het juist de Vietnamezen waren die een groot deel van het gebied hebben ontgonnen. Driehonderd jaar geleden was de Mekongdelta nog een schaarsbevolkt, wild moeras vol muggen en gifslangen. Het zijn de Vietnamezen die de Delta omvormden tot wat het nu is. In de negentiende eeuw was Kampuchea Krom voor de Khmer voorgoed verloren.’

Ondanks dat veel Khmer Krom met een soort melancholie terugdenken aan het lang vervlogen Khmer-rijk, is onafhankelijkheid voor de meesten geen realistisch scenario. ‘Er zijn dringender problemen’, zegt monnik Pich (49) ‘Natuurlijk zou het geweldig zijn als Kampuchea Krom in ere zou worden hersteld, maar er wonen hier miljoenen Vietnamezen. Het is realistischer om te proberen de feiten van nu te accepteren en vreedzaam samen te leren leven. We willen vooral in vrede en veiligheid onze eigen cultuur en tradities overeind houden. Op dit moment hebben de Khmer Krom geen plek waar ze zich echt thuis voelen.’

‘Natuurlijk kunnen de lokale bewoners en actiegroepen de onafhankelijkheidsstrijd aangaan, zegt Sovann ‘maar de verovering van Kampuchea Krom vond plaats in een tijd dat er simpelweg geen internationale verdragen bestonden over het binnenvallen van andere landen. Het recht van de sterkste was toen nog de norm, net als duizenden jaren daarvoor. De meeste inheemse volkeren ter wereld hebben simpelweg geen zelfbeschikking en veel ervan worden opgeslokt en vergeten door de geschiedenis. Hoe tragisch het ook klinkt, de Khmer Krom zijn een van deze volkeren die mogelijk zullen verdwijnen.’