Goudkoorts in Vietnam

De Kanttekening, 6 mei 2018

Wie droomt er niet van? Wonen in een villa, elke dag uit eten, leven in een exotisch land waar het altijd zomer is, op handen gedragen worden en parttime werken voor twintig euro per uur. Moderne goudzoekers uit het Westen komen af op het goud van het Oosten. Geen waardevol edelmetaal, maar een klaslokaal vol studenten.

Steeds meer westerse twintigers en dertigers geven Engelse les in Vietnam. Mede door de snelle economisch groei in het Aziatische land is de vraag naar leraren enorm en zien studenten het Engels als sleutel naar succes. Ook de Vietnamese overheid heeft hoog ingezet en wil dat in 2020 alle schoolverlaters het Engels beheersen op havo-examenniveau. Omdat het gewenste niveau bij lokale docenten nog niet aanwezig is, staat de deur naar Vietnam wijd open voor avontuurlijke westerlingen.

Sinds de Vietnamese overheid in 1986 kwam met het Doi Moi-hervormingsprogramma is de economie van het Aziatische land een van de snelst groeienden ter wereld geworden. Met veerkracht die de Vietnamezen in het bloed zit en vol vertrouwen op een betere toekomst heeft de naoorlogse generatie de ogen op het Westen gericht. Vooral de opkomende middenklasse ziet modern onderwijs als de sleutel voor hun kinderen naar een welvaart. Net als in Korea, Japen en China sturen ouders hun kroost naar dure privéscholen, naschoolse klasjes of bijles aan huis om te zorgen dat hun kinderen niet alleen goed, maar zelfs de beste zijn. Vooral het leren van Engels staat hoog op het prioriteitenlijstje, omdat een kans om te studeren en werken in het buitenland voor veel Vietnamezen het summum is van roem en succes. In het familiegeoriënteerde land ligt de hele gezin krom om hun meest begaafde zoon of dochter goed Engels te laten spreken en is de angst dat hij of zij achterblijft ten opzichte van de rest vaak zo groot dat sommige kinderen al vanaf hun eerste levensjaar in Engelse taalklasjes neergezet worden.

Overheidsscholen in het socialistische Vietnam hebben de reputatie dat ze altijd achter de feiten aan lopen met gedateerde boeken, overvolle klassen en starre discipline. Toch heeft de regering zichzelf als doel gesteld dat in 2020 alle schoolverlaters het Engels moeten beheersen op B1-niveau, te vergelijken met het havo-eindexamenniveau. Dit voornemen heeft onder leraren voor onrust gezorgd omdat zij zelf dit niveau niet hebben. Vooral op het gebied van uitspraak en spreekvaardigheid missen de meeste schooldocenten de benodigde vaardigheden, waardoor de vraag ontstaat hoe het mogelijk is om het doel van 2020 te halen.

‘Excuses voor mijn Engels’, mompelt Engels docent Binh (48). Hij legt uit dat toen hij studeerde er maar weinig aan spreekvaardigheid werd gedaan. ‘Met wie dan? Niemand sprak Engels in die tijd, daarom richt het taalonderwijs in Vietnam zich vooral op lezen, schrijven en grammatica.’ Volgens Binh missen zelfs jongeren die al tien jaar Engels geleerd hebben op de basis- en middelbare school het niveau om een simpel gesprek aan te gaan met een buitenlander. ‘Daarbij zijn we een erg verlegen volk’, geeft Binh toe. ‘Als je dan ook nog onzeker bent over je uitspraak en woordgebruik, sla je snel dicht’.

Om te voldoen aan de grote vraag naar competente docenten Engels, worden er sinds enkele jaren westerlingen aangenomen op Vietnamese scholen. Behalve dat deze buitenlandse docenten de Engelse taal goed beheersen en uit kunnen spreken, brengen zij een hele nieuwe manier van denken, andere gebruiken en verhalen uit de grote wereld met zich mee, die door de studenten gretig worden opgepakt. Voor scholen is het dan ook een groot statussymbool om een westerling in dienst te hebben.

Ondanks de gestage economische groei, verdienen Vietnamese leraren nog altijd een salaris waar een Europeaan of Amerikaan niet voor uit zijn bed zou komen. Daarom bieden scholen hun buitenlandse leraren een uurloon tussen de 15 en 25 euro per uur, wat een fortuin is in Vietnam. Veel van deze jonge docenten werken parttime en genieten van een luxe leven in het goedkope Aziatische land, waar een maaltijd een euro kost en je voor 250 euro per persoon met vrienden een groot huis kan huren in een villawijk of een luxe appartement in het centrum van het bruisende Ho Chi Minhstad of het oude Hanoi.

Veel van deze leraren komen in Vietnam terecht tijden het backpacken, zijn aan het eind van hun reis nog niet Azië-moe, maar wel door hun geld heen en zien hun kans schoon om in de exotische sfeer te blijven en tegelijkertijd hun bankrekening te spekken voor een volgende reis of een ticket terug naar huis. Zo kwam de Amerikaanse Kerry (27) na een lange reis door Zuidoost-Azië met haar laatste dollars op zak in Ho Chi Minhstad aan en wist binnen een week werk te vinden bij een talencentrum. ‘Ik had mijn banksaldo iets te lang genegeerd en kwam er op een Cambodjaans eiland achter dat ik echt bijna blut was. In plaats van mijn familie om geld te vragen, koos ik ervoor het zelf op te lossen en hoorde via andere reizigers van het goede leven in Vietnam.’ Kerry vertelt dat het niet makkelijk was de eerste weken in een nieuwe grote stad in een vreemd land, maar dat ze binnen een paar weken een eigen kamer, een brommertje (‘onmisbaar in Vietnam’) en voldoende werk had om rond te komen. ‘Nu kan ik elke dag uit eten, heb vrienden gemaakt van over de hele wereld en kan jonge mensen echt helpen om vooruit te komen met hun Engels.’

Andere jongeren nemen een gap-year na hun studie voor een unieke ervaring in een ver buitenland of worden puur getrokken door het economische perspectief. Zoals Mitch (29) uit een klein dorpje in het Ierse binnenland. Hij maakte zijn middelbare school niet af en kon in zijn streek maar moeilijk aan werk komen. ‘Ik werkte af en toe in een fabriek, maar toen die de deuren sloot, heb ik een paar jaar werkloos thuis gezeten en dronk veel. Tot mijn broer me vertelde over Vietnam. Ik moest wel even slikken, want ik was behalve in Engeland en Spanje nog nooit over de grens geweest, maar Vietnam is echt mijn redding geweest’. Mitch vertelt dat hij op zijn school op handen wordt gedragen. ‘Iedereen wil op de foto met teacher Mitch, meisjes flirten met me en ik ben van een werkloze jongen zonder opleiding ineens een gerespecteerde leraar.’ Flint (30) uit Amerika vertelt een vergelijkbaar verhaal. Na zijn informaticaopleiding ging hij werken bij een lokale filiaal van Kentucky Fried Chicken tot hij na een conflict met zijn leidinggevende ontslagen werd. ‘Ik had al zo lang niks met mijn opleiding gedaan dat ik nergens aan het werk kwam. Toen ik hoorde van de kansen in Vietnam heb ik direct een ticket geboekt.’ Beide mannen geven aan minder te werken dan in hun eigen land, meer te verdienen en een veel beter leven te leiden.

‘Soms voel ik me wel schuldig’, zegt de Canadese Emma (31), docente aan een internationale school in Hanoi. ‘Ik verdien ruim tien keer zoveel als mijn Vietnamese collega’s en werk minder dan dat zij doen.’ In de twee jaar dat Emma in Vietnam woont is ze al een paar keer terug geweest naar Canada, vloog ze naar Zuid-Amerika, Japan, Taiwan, Thailand, de Filipijnen en Indonesië tijdens vakanties. Toch zien Vietnamezen zelf weinig problemen in dit grote verschil in inkomen. Intercedent bij een docentenuitzendbureau, Hien (26), denkt dat zonder dit hoge salaris niemand in Vietnam zou komen wonen. ‘De meeste Vietnamezen wonen met hun familie in kleine huizen, slapen op vloermatrasjes naast elkaar en eten op de grond. Als een westerling mijn salaris zou verdienen, dan zou hij of zij net zo moeten leven als ik, maar dat is als alleenstaande zonder familie bijna niet te doen’. Ook noemt zij de visumkosten die buitenlanders moeten maken, een andere levensstijl en de behoefte om af en toe even terug te gaan naar hun familie. ‘In vakanties koop ik voor 5 euro een busticket naar mijn geboortedorp, maar voor een westerling kost een reisje naar zijn of haar geboorteland soms wel duizend euro.’

Met de status die de leraren hier genieten komen ook de excessen. Omdat maar weinig buitenlanders het zien zitten om in de kleinere provinciestadjes te wonen en werken en het salaris daar niet zo hoog is als in de grote steden, staan hier vaak leraren voor de klas die zelf het Engels maar beperkt meester zijn. Fransen, Russen of Spanjaarden worden soms aangenomen op voorwaarde dat ze tegen hun leerlingen vertellen dat ze uit Amerika of Engeland komen. Zo komt het voor dat hele schoolklassen Engels spreken met een Vietnamees-Russische tongval. De regel lijkt te zijn: als je maar blank bent. Want ondanks de gretige omarming van buitenlandse docenten, denken veel Vietnamezen dat alle Engelssprekenden blank zijn. Zelfs de blanke Namibiër Kent (33) die Engels als moedertaal spreekt, krijgt bij sollicitaties alarmerende blikken. ‘Kom je echt uit Afrika?’, vragen ze dan. De Engelse Abbas (30) van Pakistaanse afkomst loopt zelfs tegen puur racisme aan op zoek naar werk. ‘Eerst vragen ze of ik wel echt uit Engeland kom en vervolgens zeggen ze: “sorry, maar de ouders van de kinderen verwachten echt een blanke docent.” Een hele bizarre ervaring.’ Toch begrijpt Abbas dat dit vooral komt doordat Vietnam een extreem homogene samenleving is en dat discriminatie vaak voortkomt uit onwetendheid. Veel Vietnamezen weten maar weinig van de wereld buiten hun eigen grenzen door gecensureerde media en beperkt onderwijs over de rest van de wereld.

Toch verandert ook dit nauwe wereldbeeld in het snel ontwikkelende land. Wie rondrijdt door Ho Chi Minhstad voelt de drang naar vernieuwing in de lucht. De jongere generatie is klaar om het socialistische juk af te werpen en een nieuwe wereld te scheppen volgens hun eigen regels. Deze verandering gaat hand in hand met de groei van het gesproken Engels. Soms wat grillig en ongecontroleerd, maar beslist gestaag. Op dit moment zit Vietnam in een tussenfase waarin het enorm investeert in de taalvaardigheid van jonge mensen. Over 15 of 20 jaar zal het hele land hiervan profiteren, worden er goede leraren opgeleid in eigen land en zal de goudmijn van het lesgeven voor westerlingen langzaam maar zeker sluiten.

`