Leven zonder tijd

Genoeg, 12 april 2021

‘Ja, ja, ik ben onderweg.’ Aan de geluiden om chauffeur Sibi heen hoor ik dat hij nog in precies hetzelfde theehuisje zit als toen ik hem een uur geleden belde en hij me beloofde er meteen aan te komen. Intussen sta ik gaar te koken in de brandende zon langs de weg voor ons huis. Het is twee uur ’s middags, achtendertig graden en zelfs de straathonden vertonen zich niet. De buurman kijkt verbaasd uit het raam en wenkt dat ik bij hem in de schaduw moet komen zitten. Ik haal mijn schouders op en sjok terug onze heuvel op. Dit gaat nog wel even duren.

Na bijna negen jaar in Azië is het me nog altijd niet gelukt: ik kan simpelweg niet te laat komen. Tegen beter weten in sta ik altijd keurig vijf minuten van tevoren paraat voor afspraken of een ritje naar de stad en zit ik tevergeefs naast mijn lekkende kraan te wachten op de loodgieter die vandaag toch geen zin had. Welkom in het land waar treinen 36 uur vertraging hebben, afspraken gezien worden als een vage mogelijkheid en waar mensen op het platteland leven met de zon in plaats van de klok.

Terwijl ik in de schaduw zit te wachten zie ik de hoogbejaarde vader van mijn buurman onvermoeibaar werken tussen de koffiebomen. Ondanks dat hij doorgaans in zijn eentje in de enorme plantage staat, wandelt hij rustig van boom tot boom, weliswaar zonder te stoppen, maar ook zonder de tijdsdruk die ik bij mezelf vaak voel als ik een grote taak voor me heb. Sterker nog, het lijkt erop dat mensen hier helemaal geen klok nodig hebben. Bijna al mijn dorpsgenoten zijn koffie- en peperboeren die op een totaal andere manier naar tijd kijken. Toen ze jong waren, en er nog nergens elektriciteit of een klok was, wisten ze precies wanneer ze naar school moesten en ook hun voorvaderen hielden zich niet teveel bezig met de klok en de kalender en leerden de natuur lezen op een manier die ik niet begrijp. Zo weet de oude boer dat het lunchtijd is als de zon hoog staat, met welke wind de moesson komt en wanneer het tijd is om te snoeien, bemesten en oogsten. Hij leeft in een ritme dat enerzijds veel preciezer is dan het mijne en dat zich anderzijds niets aantrekt van onze minuut-tot-minuut tijdsbeleving.

Uiteraard is India het land van de yogi’s met hun wijsheid die het concept van tijd op zijn voegen doet kraken, maar ik ben hier omgeven door hardwerkende boeren, niet door boeddha’s. Het is eerder een stille wijsheid die mensen hier leven in plaats van het te proberen. Alsof zij het niet nodig hebben om ’s ochtends vroeg acrobatische oefeningen op een matje te doen, een cursus mindfulness te volgen op de Veluwe of eens even lekker een weekendje te ontsnappen aan de dagelijkse sleur om de tijd tot stilstand te brengen. Als de zon zegt dat het tijd is om te werken, wordt er gewerkt en als het tijd is voor de thee, dan wordt er thee gedronken.

Mijn Indiase vriend Vipin vertelt me dat als ik en mijn westerse vrienden een schuurtje willen bouwen, de lokale mannen vol ontzag staan te kijken hoe we als gekken in de grond staan te hakken of met loodzware stenen zeulen. ‘Wat zij niet zien is dat jullie na anderhalf uur voor pampus liggen in de schaduw en de rest van de dag achter de computer zitten.’ Of zoals mijn vriend Shiju het stelt: ‘waarom zou je je haasten? Je kunt het schuurtje toch ook steen voor steen bouwen? Dan komt het ook wel af.’ Ook dat is tijdsmanagement, zeker in dit klimaat. Mensen werken rustig en beheerst, zonder haast of druk van de klok.

Goed en wel, maar van chauffeur Sibi nog geen enkel spoor. Ik vraag mijn inner yogi om advies, maar die weet het ook niet. Overgave maar weer? Ik denk het niet. Dit stukje Nederlandsheid zal er wel nooit uit gaan.