DutchEnglish

Moslims in het nauw

De Kanttekening, 26 november 2018

In het India van premier Narendra Modi voelen moslims zich steeds verder in de marge geduwd. Hun politieke vertegenwoordiging is nooit zo laag geweest en de gemeenschap wordt gestigmatiseerd door extreemrechtse hindoe-organisaties die de toon zetten in het publieke domein. Hoewel moslims en hindoes al honderden jaren in relatieve harmonie samenleven lijken de twee religies steeds vaker tegen elkaar te worden uitgespeeld in de media en op het politiek toneel. Met nationalistische hindoes aan het ene en radicaliserende moslimfundamentalisten aan het andere uiterste van het spectrum lijkt de gematigde meerderheid steeds meer gedwongen een kant te moeten kiezen. Toch maken beide uitersten slechts een fractie uit van het geheel en is vreedzame coëxistentie de dagelijkse realiteit van de meeste hindoes en moslims in India. De vraag is alleen: waar blijft hun stem?

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Sinds Modi in 2014 aan de macht kwam, lijken oude spanningen tussen hindoes en moslims op de spits te worden gedreven. De afgelopen vijf jaar heeft zijn Bharatiya Janatapartij (BJP) bijgedragen aan een groeiend sentiment van wij-tegen-zij in het culturele kruitvat van India, waar sektarische spanningen altijd sudderen op de achtergrond. Dit jaar verloren moslims in Kashmir hun speciale autonome status, dreigen bijna twee miljoen moslims hun staatsburgerschap te verliezen in de staat Assam en is een groeiend aantal lynchpartijen onbestraft gebleven. Nog nooit eerder was de boze hindoe zo sterk vertegenwoordigd binnen de overheid als nu en door tegenvallende economische resultaten lijkt Modi’s recentelijk herkozen regering vol in te zetten op nationalisme. Hierdoor voelt de islamitische gemeenschap zich in steeds grotere mate onveilig in eigen land en vreest zij voor donkere dagen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

De 200 miljoen Indiase moslims zijn een van de de meest achtergestelde gemeenschappen in India. Ten opzichte van andere religieuze groepen leeft een hoger percentage moslims onder de armoedegrens, genieten ze een lagere kwaliteit onderwijs en gezondheidszorg en voelen zij zich vaker buitengesloten op de arbeidsmarkt en in het publieke bestel. Volgens statisticus Jalil (60) is naast slechte politieke vertegenwoordiging het hindoe-kastenstelsel een belangrijke reden voor de zwakke positie van Indiase moslims. ‘Hoewel islam officieel geen kaste kent, stammen de meeste moslims af van bekeerde hindoes uit de onderklasse van de samenleving. En je kan in India wel zeggen dat je uit het kastenstelsel stapt, maar dat betekent niet dat je buren je ineens anders gaan behandelen en er allerlei deuren voor je open gaan. Sociale mobiliteit is een traag proces in ons land en je afkomst blijft een onlosmakelijk onderdeel van je zelfbeeld en je toekomstperspectief. Zolang we niet uit deze cyclus loskomen blijven we tweederangsburgers, blijven we zwakke leiders produceren, blijft onze jeugd vatbaar voor extremistische opvattingen en blijven we slachtoffers van de grote boze hindoe.’

De hindoe en de moslim bestaan niet’

De gereedschappenbazaar in de nauwe straatjes van Oud-Delhi is van oudsher het domein van islamitische ondernemers. Hoewel zij er de handel domineren, zijn steeds meer moslims bang om ’s nachts alleen door hun eigen straat te lopen en zijn ze voorzichtig zich publiekelijk te uiten over politiek, religie en cultuur. Ahmed (37), die werkt in zijn vaders garage, vertelt dat ze niet op bescherming van de overheid moeten rekenen. ‘Ze zien ons niet eens als echte Indiërs, terwijl mijn stamboom net zo lang teruggaat als die van mijn hindoeburen. Ik zou vandaag doodgeslagen kunnen worden door een boze menigte en geen mens zou er wat aan doen.’

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Ahmed refereert hiermee naar de recente lynchpartijen en mishandelingen van moslims, waarvan video’s bejubeld worden op internet en waar de daders in enkele gevallen met bloemkransen gehuldigd worden zonder ooit een rechtbank te zien. Veel van deze incidenten vinden plaats op het platteland, waar in verschillende staten radicale hindoegroeperingen moslims aanvallen vanwege het handelen in runderen, die door hindoes als heilig worden gezien. Ook kijkt heel India op televisie mee naar dramatische beelden over aanslagen en woedende moslimmenigten in Kashmir en oplopende spanningen met aartsrivaal Pakistan en worden moslims op social media beschuldigd van het bekeren van hindoes en het beramen van een staatsgreep. Kortom, het verhaal van de moslim als grote vijand doet het goed in India.

Tot dusver blijft het vanuit de regering angstvallig stil over de geweldsincidenten en blijven een krachtige veroordeling en kordate actie uit om toekomstige misstanden te voorkomen. Hoewel premier Modi zich nooit direct uitlaat over het geweld en het niet openlijk goedkeurt, zijn andere BJP-politici minder verlegen hun mening te ventileren. Zo verklaart parlementslid Sakshi Maharaj dat hij bereid is te doden en te sterven ter bescherming van de koe, beloofde lokaal BJP-leider Ranjeet Bahadur Srivastava om twaalfduizend scheermachines uit China te importeren om moslims kaal te scheren en ze onder dwang te bekeren en is BJP-parlementariër Pragya Singh Thakur een van de hoofdverdachten van een bomaanslag in 2008 vlakbij een moskee waarbij negen mensen om het leven kwamen.

Ondanks de grote verkiezingsoverwinning dit jaar stemde slechts een derde van de Indiase stemgerechtigden op Modi’s BJP. Hiervan is volgens politicoloog Amitabh (39) slechts een fractie geïnteresseerd in hindoenationalisme. ‘Modi heeft gewonnen bij gebrek aan een krachtige tegenstander. De oppositie is zwak, diep verdeeld en India is moe van jarenlange, trage consensuspolitiek van de aloude Congrespartij. Je kunt zeggen van Modi wat je wil, maar hij is daadkrachtig en niet bang om beslissingen te nemen. De gematigde meerderheid hoopt vooral dat zijn daadkracht zich richt op economische en sociale vooruitgang in plaats van het radicale geschreeuw van zijn partijgenoten.’ Amitabh geeft aan dat ondanks alle commotie in de media de radicale hindoes een extreem kleine minderheid vertegenwoordigen, maar dat ze een kracht tonen die hun aantal ver te boven gaat. ‘Het is een vergissing om de hele hindoegemeenschap af te schilderen als anti-islamitisch, hoewel er door recente aanslagen in Kashmir en oplopende spanningen met Pakistan wel angst leeft. Maar die angst leeft niet alleen bij hindoes, maar net zo goed onder moslims zelf.’

Volgens Saleema (41), directrice van een islamitische basisschool in de zuidelijke staat Tamil Nadu, wordt het probleem totaal uit zijn verband getrokken door politici en de media. ‘Je zet twee groepen tegenover elkaar die eigenlijk niet bestaan. De hindoe en de moslim bestaan niet. India is een gigantisch land met meer dan tweeduizend etnische groepen en meer dan zestienhonderd talen. Hoe kun je daar ooit twee zogenaamd homogene groepen uit destilleren en die tegenover elkaar zetten? Daarbij is de term hindoe een moderne, overkoepelende term voor een enorm spectrum aan subculturen en religieuze overtuigingen. Dit geldt in zekere zin ook voor de moslimgemeenschap.’

Haar collega Najib (32), geboren in de noordelijke staat Bihar, vult aan dat sektarische vijandigheid tussen beide religies op macroniveau zeker bestaat, maar dat de media structureel over het hoofd zien dat hier in het dagelijks leven van het gros van de bevolking weinig van te merken is. ‘Verschillen tussen de twee religies verbleken in de meeste staten naast veel complexere verschillen als arm en rijk, man en vrouw, hoge of lage kaste, opgeleid en niet-opgeleid en tot welke sekte of subcultuur je behoort. Maar helaas gooien onze politici maar al te graag de zogenaamde community card op, waarbij voor eigen gewin verschillende gemeenschappen tegen elkaar worden uitgespeeld.’

‘Sterker nog’, concludeert Saleema, ‘een rijke moslim en rijke hindoe hebben meer overeenkomsten dan de rijke en arme hindoe en een moslim en een hindoe in Kashmir hebben veel meer met elkaar gemeen dan een moslim uit Kashmir en een moslim uit Kerala in het verre zuiden van het land. De laatste twee zouden niet eens met elkaar kunnen communiceren, elkaars gewoonten niet begrijpen en vinden cultureel gezien veel meer aansluiting bij hun andersgelovende buren.’

De hindoeïstische patentspecialiste Nidhi (36) uit de westelijke staat Gujarat vertelt dat de meeste gebieden waar het geweld plaatsvindt ontzettend arm zijn,een lage alfabetiseringsgraad hebben en in zekere zin semi-wetteloos zijn. ‘Deze gemeenschappen zijn nog totaal in de grip van het kastenstelsel, enorme corruptie en extreem nepotisme. De politie staat vaak machteloos of is zelfs medeplichtig aan de misdrijven. In een dergelijk klimaat kan je op elke vorm van ellende rekenen. Maar dit is niet het India dat ik ken. Voor mij was religie vooral aan de orde tijdens feestdagen. Onze buurvrouw maakte tijdens het Suikerfeest zelf traditionele zoetigheden en een populaire stoofpot en alle hindoeburen kwamen over de vloer om mee te genieten. Omgekeerd brachten wij tijdens Diwali zoetigheden langs bij moslimfamilies in de straat.’ Nidhi geeft aan dat in haar buurt alle religies vreedzaam naast elkaar wonen en dat zelfs een moslimjongen elke dag boodschappen voor haar oude moeder doet zonder daar ooit iets voor te vragen. ‘Maar, toegegeven, als deze lieve jongen mijn zusje ten huwelijk zou vragen, zouden de deuren toch sluiten.’

Het vijandsbeeld

Ondanks de wijdverspreide harmonie tussen de twee religies blijft er volgens historicus Ajay (45) uit Mumbai een hardnekkig verhaal op de achtergrond sluimeren over moslims als grote, eeuwige vijand. ‘Het is bijna te makkelijk om het niet te doen en het past perfect binnen de kaders van het eeuwenoude verhaal waarin de islamitische hordes India zijn binnengevallen, hun cultuur aan ons op hebben gedrongen en nog altijd lonken naar de macht. Misschien is er daarom zulke gedweeë instemming om de moslim symbool te maken van alles wat er mis is met dit land. Maar het bizarre aan dit verhaal is dat diep van binnen elke hindoe weet dat het een fabeltje is.‘

Spanningen tussen hindoes en moslims zijn in het verleden beïnvloed door de islamitische verovering van India tussen de twaalfde en zestiende eeuw, koloniale verdeel-en-heerspolitiek en de gewelddadige opdeling van India en Pakistan in 1947. Toch ligt de hoofdreden van de verharde scheidslijn tussen hindoes en moslims volgens de Amerikaanse Indiakundige Cynthia Talbot niet in het verleden, maar juist in de opkomende moderniteit. ‘De Indiase maatschappij is in hoog tempo aan het veranderen. In boerendorpjes waar het leven duizend jaar lang relatief onveranderd voortkabbelde, verwerpen kinderen nu de leefstijl van hun ouders. Het zijn tijden van grote verandering, ambities en dromen, maar tegelijkertijd begint het traditioneel fundament te wankelen. Dit brengt een gevoel van kwetsbaarheid met zich mee dat zorgt voor spanning en een drang op controle over deze snel veranderende wereld.’

Ajay stelt dat veel hindoes uit angst om hun identiteit te verliezen teruggrijpen naar verhalen, mythen en symbolen uit het verleden. ‘De moslim als grote vijand past perfect in het plaatje van de klassieke heldendichten over de spectaculaire strijd tussen goed en kwaad die hindoes met de paplepel ingegoten krijgen. Van begin af aan weet de lezer dat de slechterik geen schijn van kans heeft, maar omwille van het drama wordt hij toch opgevoerd als enorm krachtig en bijna onoverwinnelijk. Dit is precies wat we met onze islamitische landgenoten doen. Iedereen weet dat we zonder veel moeite samen kunnen leven en dat er geen grootschalige machtscomplotten worden gesmeed, maar juist dat maakt de moslim zo’n comfortabele tegenstander.‘

Met dit verhaal heeft een kleine, maar krachtige groep het podium gekaapt en wordt de gematigde meerderheid steeds dieper hun eigen fundament in gedwongen. ‘Het is alsof iedereen weet dat de meeste hindoes geen fanatiekelingen zijn’, stelt Nidhi, ‘maar het lijkt steeds lastiger iemand te vinden die deze visie durft te vertegenwoordigen in het openbaar. De gematigde hindoes zijn gebonden aan hun sociaal-religieuze tradities en dogma’s en voelen zich daardoor niet in de positie om zich te verzetten tegen de fundamentalistische krachten uit angst om bestempeld te worden als ontrouwe hindoe. En’, concludeert de patentspecialiste, ’wanneer de gematigden zwijgen, spreken de radicalen voor het geheel.’

‘Maar we hebben juist de stem van de gematigde meerderheid nodig om dit extremisme te bestrijden’, zegt statisticus Kundu (71). Volgens hem is de grootste kracht van India haar pluralisme, samengestelde cultuur en toewijding aan secularisme. ‘Niemand wil sektarisch geweld en zowel mijn hindoe- als moslimburen vinden het vreselijk om berichten over geweld en lynchpartijen te lezen. Maar als we niets doen, geven we onze stille goedkeuring aan het geweld. Daarom is het tijd voor de gematigde meerderheid om dit fanatisme een halt toe te roepen en om heel India te laten zien dat het niet gaat om moslims versus hindoes, maar om extremisme versus de tolerantie waar ons land voor staat.’

Het probleem is volgens buschauffeur Mohammed (56) uit Varanasi in de noordelijke staat Uttar Pradesh, dat de gewone man niet op politici moet rekenen om de stabiliteit te waarborgen.Hij vertelt dat na een bomaanslag op een hindoetempel in 2006 religieus leiders van beide gemeenschappen ervoor zorgden dat de vrede bewaard bleef, ondanks pogingen van enkele politieke partijen en de media om de aanslagen te gebruiken om volgers te winnen. ‘Ze blijven elk vonkje aangrijpen om het vuur van haat op te stoken voor eigen gewin in plaats van echte problemen op te lossen zoals educatie, gezondheidszorg en werkgelegenheid. Tevreden, opgeleide en goed-geïnformeerde mensen laten zich veel minder snel voor de kar van een radicale politicus spannen.’

Kundu stelt dat diep van binnen elke Indiër in een inclusief groot India gelooft. ‘Zelfs in de meest vergeten gebieden waar mensen nooit hun dorp hebben verlaten leeft dit besef. Alsof het in stilte met de generaties is doorgegeven. Hoewel het rommelt aan het oppervlak blijft dit fundament voor de grote meerderheid onwankelbaar. Tegelijkertijd kunnen we niet ontkennen dat het stormt aan het oppervlak en dat deze golf van nationalisme nog niet voorbij is.’