Ontbijten in het klooster

Ontmoeting met een hoge monnik

Genoeg, 22 mei 2018

‘In dit klooster woont een echte arahant’, zegt Marut plechtig. ‘Een ara-wat?’, vraag ik terwijl we het kloosterterrein op rijden. ‘Een arahant is een monnik waarvan gezegd wordt dat hij net als Boeddha de verlichting heeft bereikt’. Daar moet ik even over nadenken. De verlichting is een begrip dat voor mij, net als voor de meeste stervelingen, ver van mijn wereld af staat. Het idee om een zogenaamd verlicht persoon te ontmoeten maakt dan ook meteen indruk, of het nou waar is of niet.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Ik ontmoette mijn vriend Marut een maand geleden na een meditatiecursus. De vrolijke Thaise ondernemer kwam mij naderhand meteen tegemoet met een zak vol lekkere broodjes en koekjes. We spraken af om contact te houden en zo belandde ik vandaag op deze bijzondere plek, waar Marut zelf veel geleerd heeft over meditatie en boeddhisme. Vol verwachting betreed ik het klooster, gelegen in een groot bos in de bergen van Noord-Thailand. Marut vertelt dat de monniken hier van een strenge orde zijn die veel mediteren, weinig spreken en slechts één keer per dag eten. Voor deze ene maaltijd gaan de monniken dagelijks blootsvoets langs de huizen in het dorp met een bedelmand en staan de mensen langs de weg om deze mand te vullen. Vandaag is het zondag, een vrije dag voor de Thai, en daarom komen wij samen met de dorpelingen naar het klooster om voor de monniken te koken.

Wij hebben gedroogd fruit en bananen meegebracht want aan warm eten ontbreekt het zo te zien niet. Kleefrijst, witte rijst, zwarte rijst en bruine rijst staan naast talloze curry’s, stoofpotjes, zoetigheden, vers fruit en zelfs gebraden kip. Want in tegenstelling tot wat veel mensen denken, zijn veel boeddhistische monniken geen strikte vegetariërs, maar moeten ze accepteren wat de gemeenschap voor hen meebrengt. Alle gerechten en ons meegebrachte fruit worden onder een groot boeddhabeeld in de gebedshal neergezet. De dorpelingen nemen plaats op de grond en dan wordt het plotseling stil om ons heen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Ik kijk om me heen en zie een kromme oude monnik de gebedshal binnen lopen. ‘Dat is hem, dat is Luang Por, de arahant’, fluistert Marut. Zodra de 83-jarige monnik gaat zitten, wordt er een korte boeddhistische soetra opgedreund en gaan er verrijdbare plateau’s langs iedere monnik zodat ze zelf op kunnen scheppen. Wat overblijft wordt verdeeld onder de gemeenschap. Ook ik schep mijn bord vol met rode curry, verse papaja en pakketjes zoete rijst in bananenbladeren wat we zittend in de ochtendzon tegen de tempelmuur opeten.

Als ik tussen twee Thaise grootmoeders de afwas sta te doen, komt Marut aangesneld. ‘Kom vlug, we hebben de kans om met Luang Por te praten.’ Een eindje verder in het bos zit de oude monnik op een houten verhoging, omgeven door dorpelingen met vragen over hun leven, meditatie en de carriere van hun kinderen. Als het mijn beurt is vraag ik hem, op advies van Marut, over mijn eigen voortgang op het pad van meditatie. Luang Por kijkt me aan en maakt me met gebaren duidelijk dat hij weet welke meditatietechniek ik beoefen. Hoe hij aan die informatie komt is mij tot op heden een raadsel, maar hij knikt enthousiast dat ik zo door moet gaan en op de goede weg ben. ‘Niet stoppen en blijven proberen’, zegt hij met een jeugdige grijns.

Ondanks dat ik onder de indruk ben, voelt de ontmoeting geen moment plechtig. Luang Por zit daar gewoon en maakt grapjes, vraagt of ik zin heb in koffie van de plantage in het dorp en noemt mij steeds ‘little boy’ en moet dan keihard lachen. Of de oude monnik nou een echte arahant is of niet, alles wijst erop dat het leven hem licht valt. Door zijn mix van grootvaderlijke wijsheid, kalmte en een flinke dosis humor voel ik me opgeladen en mijn hoofd is helder. Ik heb nog een lange weg te gaan en ben nog lang niet verlficht, maar voel me toch een stukje lichter als we het kloosterterrein verlaten.