Theetijd in India

Genoeg, 11 januari 2020

In India is thee drinken is ongeveer net zo belangrijk als ademhalen. Rond de thee worden huwelijken bekrachtigd, zakelijke afspraken gemaakt en al het grote en kleine nieuws besproken. Waar je ook komt vind je zogenaamde chai wallah’s, theeventers die vanuit hun stalletje een trouwe schare klanten voorzien van hun dagelijkse dosis melkthee. Of het nou de kruidige masala-melkthee in de Punjab, de milde gemberthee in het noorden of de ‘plain’, maar mierzoete variant in het zuiden is, de basis is altijd hetzelfde: goedkope, sterke zwarte thee met twintig tot vijftig procent melk en een schokkende hoeveelheid suiker. Indiërs staan ermee op en gaan ermee naar bed, maar de twee meest essentiële theemomenten van de dag zijn ’s ochtends voor het ontbijt en tussen drie en vier uur ’s middags.

‘Chai’ Tea at a Dhaba in India

Waarom de Indiërs zich zo religieus aan precies deze twee theemomenten houden is mij een raadsel, net als vele andere rituelen en gebruiken. Zo vraag ik me ook af waarom mensen hier de hoorns van hun koeien verven en vogelverschrikkers ophangen voor hun nieuwbouwwoningen. Slurpend van mijn melkthee vroeg ik onze vriendin Shobha uit de grote stad Bangalore om het theetijdmysterie te verklaren. Zij haalde haar schouders op: ‘omdat het onze gewoonte is’. Dit lijkt de standaard Indiase dooddoener die ik krijg op veel vragen over cultuur, religie en gebruiken en laat op grappige manier zien hoe gewoonten en rituelen zo diep verankerd zijn dat mensen vaak geen idee hebben waarom ze überhaupt bestaan.

Zo bleef ik nog enkele maanden in het duister tasten, tot ik vandaag op het platteland van de zuidelijke staat Karnataka het antwoord vond. Elske en ik verblijven een paar dagen in een boerendorp waar we erachter komen dat de koeien elke dag twee keer gemolken worden volgens een schema dat ingegeven lijkt door de natuur. Volgens onze gastheer Santosh produceren de koeien namelijk precies zoveel melk dat het nodig is om ze twee keer per dag te ontzien van de last in hun uiers. In Santosh’ ervaring zijn de momenten vlak na zonsopkomst en rond drie uur ’s middags hiervoor het best. Daarom zien we de boeren en boerinnen in ons dorp iedere ochtend en middag met klotsende melkbussen naar het dorpsplein lopen en leren we dat de Indiase theetijd simpelweg het natuurlijke ritme van de koe volgt.

Als iedereen zich heeft verzameld rond de grote banyanboom op het plein, wachten ze samen op de melkboer, die de melk ophaalt die niet door de dorpelingen wordt gekocht. Wij hebben een leeg melkbusje meegenomen zodat we straks thee kunnen maken voor ons gastgezin en voegen ons bij de groep wachtenden onder een geïmproviseerd afdak van bamboepalen en een groot blauw zeil met gaten. Roddels worden uitgewisseld door dames in kleurrijke sari’s, de mannen komen terug van het veld in opvallend witte wikkelrokken en nette shirts en de chai wallah van het plein staat vooraan in de rij en maakt een grote pan melkthee waarna mensen met hun glaasjes plaatsnemen op het bankje onder de oude boom.

Een jongen naast ons vertelt precies welke melk we moeten nemen. ‘Niet die van mijn buurvrouw, die is veel te waterig’, fluistert hij met een knipoog. ‘De oude man voor ons heeft de beste koeien. Die geven lekkere vette melk.’

We luisteren braaf naar het advies, kopen een liter volvette melk en blijven het gezellige dorpstafreel nog even gadeslaan. De zon is over zijn hoogtepunt heen en hult de kleurrijke dorpshuisjes in een warme gloed. Er liggen wat koeien midden op straat te herkauwen, de dorpstempel speelt vrolijke chants gewijd aan de lokale hindoegod en er hangt een sfeer van milde tevredenheid en de geur van verse melkthee.

Na een half uur is het plein weer leeg op de kauwende koeien na. Wij lopen met onze melkbus over het zandpad terug naar ons gastgezin, voor wie theetijd vandaag en half uurtje later is door ons getreuzel. We zullen maar zeggen dat het onze gewoonte is.