Vietnam: in de vissersgrot

Noosh-e-Jaan, 21 juni 2018

Vanuit mijn tent kijk ik uit over een kalme zee en zie hoe houten vissersbootjes manoeuvreren tussen kalkstenen rotsformaties die als scherpe pieken uit het water verrijzen. Volgens de legende is dit grillige landschap ontstaan door neerdalende draken die de Vietnamezen hielpen tegen vijanden van buitenaf. De draken spuwden juwelen uit die na de strijd veranderden in duizenden kleine eilandjes. Of het nou draken of taaie Vietnamezen waren, feit is dat in de Hạ Longbaai Chinese, Mongoolse en later Amerikaanse soldaten met succes zijn tegengehouden.

In het vroege ochtendlicht zie ik de huisjes van het vissersdorp met hun roze en lichtblauwe muren, open deuren, huisaltaartjes en het leven dat zich buiten afspeelt. Een vissersboot meert aan op mijn strandje en drie mannen springen eruit en beginnen houten kisten uit te laden. Ik bied aan om ze te helpen, maar kom er snel achter hoe zwaar de kisten zijn. Er worden schelpdieren in gekweekt op de bodem van de zee en ze hebben zich volgezogen met zeewater. De tengere Vietnamezen stappen behendig over de rotsen met twee kisten op hun schouder, terwijl ik loop te klunzen met één enkele. Toch vinden ze het prachtig dat ik help en ik word uitgenodigd voor de lunch, later op de ochtend. De oudste visser, met jeugdig glimmende ogen en een sik bestaande uit een tiental lange haren, wijst naar het puntje van de baai, bereikbaar via een gladde rotsrichel.

Viên, Việt en Tuân wachten me op in een laag bakstenen hutje zonder meubels en ramen. Voor de ingang brandt wierook ter bescherming van de volgende vaart. Zittend in een kring op een rieten mat drinken we groene thee uit kleine kopjes die constant bijgevuld worden door Viên. Er zijn hier niet vaak gasten, dus we komen kopjes tekort, maar delen broederlijk. Dit geldt ook voor het eten dat de kleine Tuân tevoorschijn tovert vanaf een kookstel in de hoek. Hij zet een grote pan neer met gele noedels met kip, pinda’s en allerlei verse kruiden in een warme, krachtige bouillon. Zouden ze elke dag zo goed eten?

Uitbuikend van de royale lunch leunen we in stilte achterover, terwijl de regen traag neerdaalt op het golfplaten dak. Het gesprek blijft wat beperkt, maar iedereen lijkt tevreden. Việt staat op en maakt een slaapgebaar met twee handen naast zijn hoofd. In de rotswand tegenover de hut vinden we tot mijn verbazing de ingang van een grot. Beschut tegen weer en wind hangen er kleren te drogen en op verschillende niveaus liggen slaapmatjes en wollen dekens. De golfslag, de grote lunch en de Chinese kilometers in mijn benen maken ook mij slaperig. Dankbaar volg ik het voorbeeld van mijn drie nieuwe vrienden voor een middagdutje in onze grot aan de rand van de wereld.

Vietnamese mì quảng 

Mì quảng is geen soep, dus de kleine hoeveelheid bouillon moet precies genoeg zijn om de noedels te kunnen slurpen. Maak daarom de bouillon lekker sterk.

Ingrediënten voor 4 personen

1,2 kg kippendijtjes, aan het bot|1,5 el vissaus|1,5 tl suiker|3 eieren|3 el (arachide)olie|3 kleine sjalotjes, fijngehakt|1 teentje knoflook, fijngehakt|2,5 el kurkuma|200 g garnalen, gepeld (of 300 g ongepeld)|300 g brede, platte rijstnoedels (mì quảngnoedels, phởnoedels of andere naar keuze)|zout en peper|6 el geroosterde pinda’s, grofgehakt|2 handjes taugé|verse munt|lente-ui|4 limoenpartjes|gesneden rode peper (rawit) of rode pepervlokken|sesam-rijstcrackers (optioneel)|

  1. Marineer de kip 1 tot 6 uur lang in vissaus en suiker.
  2. Kook de eieren (hard), snijd ze in kwarten en zet apart.
  3. Verwarm 2 eetlepels olie in een wok en fruit de sjalotjes, knoflook en een halve eetlepel kurkuma zo’n 3 min. op middelhoog vuur tot ze hun geur verspreiden.
  4. Voeg de kip toe en fruit 3 min. mee.
  5. Voeg nu precies zoveel water toe dat de kip net onder staat en kook 20 min. op middelhoog vuur. Voeg na 10 min. de garnalen toe. (Vietnamezen geven de voorkeur aan ongepelde garnalen omdat de schaal en kop veel smaak afgeven.)
  6. Verwijder eventueel schuim met een lepel of schuimspaan.
  7. Kook intussen de noedels beetgaar in water met 2 eetlepels kurkuma en een scheutje olie en giet af.
  8. Voeg zout, peper en eventueel meer suiker aan de bouillon toe tot deze de gewenste smaak heeft.
  9. Verdeel de noedels over vier soepkommen, voeg dan de kip toe, ¼ kom bouillon en een groot stuk rijstcracker. Serveer de pinda’s, taugé, munt, lente-ui, limoenschijfjes, ei en rode pepers op aparte schaaltjes.

Voor vegetariërs:


In boeddhistische kantines serveren Vietnamezen mì quảng met 1 koolrabi (in reepjes) in plaats van kip en 100 g paddenstoel (grofgehakt) in plaats van garnaal. De kooktijd van de bouillon kan dan gehalveerd worden