Facebook

Het dode hout van appelbomen kraakt onder het gewicht van mijn fiets als ik me in de vroege ochtend een weg baan uit het bos. De zon is net verschenen boven de uitlopers van de Grote Kaukasus en volgens mijn informatie ben ik zojuist wakker geworden in Kabardino-Balkarië, een islamitisch bergrepubliekje in het Russische grensgebied.

Via paden die, aan het zand te zien, vooral gebruikt worden door schapen en hun herders, beland ik op een grotere zandweg en zie ik in de verte een grote kudde runderen oversteken. Ik vis wat laatste twijgjes appelhout uit mijn spaken en rijd rustig de kudde tegemoet. Met de sneeuwtoppen van de Kaukasus op de achtergrond lijkt de kudde een mooi slachtoffer voor een foto, dus ik stop en haal mijn camera uit mijn stuurtasje. Dan pas zie ik de herders, of moet ik misschien zeggen 'cowboys'. Verscholen onder een laag boompje zitten drie figuren naar me te kijken alsof ze water zien branden. Dan staat de meest wakkere op en gebaart enthousiast dat ik moet komen, zijn collega’s doen vrolijk mee, dus ik fiets braaf op de cowboys af. ‘Zdravstvujte’, begroet ik het drietal in mijn beste Russisch terwijl ik mijn fiets op het standaard zet. ‘Salaam Aleikum’, is het antwoord. Welkom in de islamitische wereld, Tieme. Ik corrigeer mezelf direct, schudt de eerste de hand: ‘Salaam Aleikum’, dan de tweede: ‘Salaam Aleikum’, en dan de derde: ‘Salaam Alei..’, wodka. In plaatst van een hand krijg ik van de derde man een groezelig plastic bekertje aangereikt met een doorzichtig goedje erin.

De eerste drinken we staand, maar dat het niet de laatste mag zijn, wordt me al snel duidelijk. Een van de drie maakt en boomstronk voor me vrij en trekt een zak appels, een brood en de fles wodka tevoorschijn. Hij lijkt de leider van mijn drie nieuwe vrienden en draagt een gave boerenpet. De tweede heeft amper een tand in zijn mond, draagt een verkleurde pet met USA erop en reikt me grijnzend een appel aan. Voor de dorst misschien? De derde cowboy is wat verlegen. Zijn gulp staat wagenwijd open en hij blijft wat op de achtergrond tot het bekertje wodka zijn kant op komt. Ronde twee. Het bekertje wordt gevuld en nu het is mijn beurt. Ach ja, om de dag in te luiden dan maar. De scherpe wodkasmaak brandt in mijn keel en de leider propt moederlijk een stukje brood in mijn mond. Gelukkig heb ik al ontbeten, dus valt de sterke wodka niet in een nuchtere maag. Mijn tweede geluk is dat de fles al halfleeg was toen we begonnen, dus na nog een scheut of twee wordt de fles met kracht het weiland ingeslingerd; Russische ecologie blijkbaar. De leider propt nog maar wat brood in mijn mond, ik krijg nog een appel mee en word hartelijk uitgezwaaid door het vrolijke drietal dat weer plaatsneemt onder het lage boompje. Ze zitten hier elke dag, en op het passeren van een Nederlandse fietser na, gebeurt hier heel erg weinig, denk ik.

Social links powered by Ecreative Internet Marketing