Facebook

Thuisgevoel is een paradox voor een nomade. Ik heb geen vrienden om me heen, weet niet waar ik slaap vannacht en spreek de taal van het land niet. Fietsend van Zwolle naar Indonesië leer ik hoe het concept ‘thuis’ een andere betekenis krijgt.

Ik buig diep over mijn stuur heen, neem snelle ademteugen en trap zo hard ik kan de heuvel op. De druk op mijn slapen neemt toe, alsof de benauwde tropenlucht zich samenperst in een stoomketel. De afdaling geeft me precies genoeg vaart om de volgende heuvel op te komen, maar er is een volgende, en een volgende. De slingerende weggetjes sturen me omhoog en omlaag in het ritme van een golfplaat terwijl de zon langzaam ondergaat boven de dikke jungle van West-Maleisië. Ik heb al uren geen mens gezien, maar zie ineens een bamboehutje aan mijn linkerhand.

In verlaten gebieden als deze fiets je niet zomaar voorbij. Ik stap af en wandel langzaam naar de familie toe die onder een afdak van reclamedoeken op de aarden vloer zit. Ik geef ze de tijd te wennen aan de naderende vreemdeling voor ik me met brede lach introduceer. ‘Kom zitten broeder’, wenkt de man des huizes. Zijn zwarte ogen glimmen onder zijn roodgoude hoofddoek als hij zijn vrouw en baby voorstelt. ‘Mijn naam is Zen, broeder’, zegt hij vrolijk. Hij blijft me broeder noemen, dus doop ik hem broeder Zen. Het heeft direct iets vertrouwds, en ik houd van landen waar men elkaar affectieve namen en titels geeft. Zo heette ik Tim de Dierbare in Iran en zelfs Dzjengis in Mongolië. Maar vandaag zijn we broeders, en nu Zen de limieten van zijn Engels heeft bereikt en ik van mijn Maleis, zijn we aangewezen op handgebaren en de stilte.

Ontmoetingen op reis zijn intens. Zonder vaste plek en de veiligheid van het thuisfront, leef je intuïtief en zonder oordeel. Ik breek brood met een moordenaar, vluchtelingen, partizanen en monniken, en vandaag met de broeder Zen. Gewoon een man naast een andere man. Een complete vreemdeling die zojuist de poort van zijn leven voor me opende. De deur naar zijn bamboehutje aan het modderpad, de deur naar zijn vrouw en kind en alles wat hij heeft. Wie deze man ook is, ik voel zijn goede intenties. Deze ontmoeting staat los van overtuiging, moraal, geloof en politiek. Het is veel eenvoudiger dan dat. Er is geen reden om terug te houden of om niet alles te geven van jezelf. Ik ben hier nu en dit is waarschijnlijk de enige tijd die ik ooit met deze mensen door ga brengen. Zen en ik wassen ons samen bij de waterput terwijl een krekelconcert de benauwde stilte van de jungle doorbreekt.

Door mezelf bijna dagelijks over te geven aan deze gastvrijheid, de warmte van mensen en de woordeloze communicatie, voel ik me snel op mijn gemak bij vreemden. Huiskamers waar ik nooit eerder was, barakken en de hut van broeder Zen worden ineens deel van hetzelfde thuisgevoel dat een reiziger met zich mee draagt. Als een soort vredesverdrag met het onbekende. Wat er ook gaat komen, het zal goed zijn, en wie er ook op mijn pad komt, kan mijn vriend zijn. En soms kan de puurheid van de ontmoeting zelfs completer voelen dan vriendschappen in Nederland. Ik geef me volledig en deel familiaire warmte met mensen die ik pas net ken. Alsof het een voortzetting is van de ontmoeting met een vriend van gister. Een vriendschap die overgaat van de ene op de andere persoon, maar die met de tijd toch hechter wordt.

Vermoeid, maar ontspannen zitten we op de aarden vloer. We eten rijst met onze vingers en drinken sterke Maleise zware thee uit de hooglanden. Ik voel me geaccepteerd en thuis. Ver van de bewoonde wereld in de bamboehut van broeder Zen.

Social links powered by Ecreative Internet Marketing