Facebook

 

Tieme Hermans vertelde ons een tijdje terug over Fred van der Wal, “één van de beste pentekenaars van Nederland, travestiet, veelwijver en iemand die al bloggend ruzie maakt in heel kunstminnend Friesland.” Breng ons een interview met die man, Tieme, zeiden we tegen Tieme. En hij bracht het. Hier is het, doorspekt met Freds tekeningen.

Vice: Als mensen op zoek zijn naar jou, komen ze al snel terecht op pittige weblogs.
Fred van der Wal: Ja, op onder andere het Volkskrant-blog zijn wat conflicten geweest de afgelopen jaren die soms heel hoog opliepen. Ik ben al eens geschorst voor een paar dagen. Een aantal mensen heeft me proberen weg te werken. Dat is ze niet gelukt, maar de sfeer is soms erg anti. Ze kunnen in principe alles tegen me zeggen en me alles verwijten. Als ze met argumenten komen, prima.

En als er dan eens een keer een ‘je vrouw is een hoer’ voorbijkomt..?
Ik heb er steeds op aangedrongen dat we het rustig van toon moeten houden, want het kan heel gemakkelijk hoog oplopen, deze conflicten. Er is nu weer iemand die een conflict met me uitlokt. Een zekere Joost X, die met mijn oudste dochter omgaat. Die maakt me uit voor klootzak en strontzak. Dat gaat te ver.

Wat is nou de bron van al dat conflict met jou?
Veel kunstenaars houden gewoon teveel van vriendjes aaien. Je verzamelt een clubje vriendjes waar je gezellig mee omgaat. Dan ben je volkomen kritiekloos tegen elkaar, drinkt eens een glaasje. Dat vind ik geen goede zaak.

In je Amsterdamse periode maakte je toch wel deel uit van een bepaalde scene?
Galerij Mokum was een outsiders galerie in de jaren ‘60. We kregen geen subsidie en werden niet geaccepteerd door de musea en andere kunstenaars. Het realisme werd gewoon niet geaccepteerd. Het is niet zo dat wij de moderne kunst nou verwierpen, nee, de moderne kunstenaars verwierpen ons en wij kwamen nergens voor in aanmerking. Al die dingen samen kweken een bepaalde mentaliteit.

De strijd die toen speelde gaat eigenlijk verder op internet.
Ik denk dat dat het inderdaad gevormd heeft ja. Die sfeer van verzet.

In jou ook?
Dat is wel duidelijk. Maar het liefst heb ik het een beetje leuk. Zoals bij mijn vriend Hein Kocke. Dat is gewoon gezellig. Die heeft dieren, lekker wijntje erbij. Daar heb ik respect voor, dat is iemand die er echt voor moet knokken, dat moet ik niet. Ik ben geen kostwinnaar.

Daarom schop je soms een beetje aan tegen de gevestigde kunstorde?
Vaak wel ja.

En dat vind je leuk?
Eerder noodzakelijk. Niets zeggen en elkaar maar blijven aaien is niet mijn aanpak. Daardoor loop je in gezelschap makkelijk tegen conflicten aan. Een tijd geleden bijvoorbeeld op een vergadering van een kunstkring kwam er een vrouw aanzetten, zo’n nijlpaard. Die ploft op een stoel neer en begint dan te vertellen hoe druk en belangrijk ze wel niet is. Verschrikkelijk. Dan ga ik naar huis en schrijf er een stukje over.

Over een nijlpaard?
Over dat nijlpaard ja, en dan is het meteen weer raak. Dan krijg ik weer mailtjes van de voorzitster van de kunstkring. Maar ik ga het conflict niet uit de weg.

Sommige mensen vinden je misschien iets te eerlijk.
Dat zal best. En niet diplomatiek. Het is veel makkelijker om je te voegen in het geheel, je soepel op te stellen en mee te praten met iedereen. Dat verdom ik gewoon.

De stijl in je blogs en verhaaltjes maken je bijna een Nederlandse Herman Brusselmans.
Iemand zei ooit: ‘Je schrijft als Brusselmans, maar dan vloeiender.’ Toen ben ik maar eens wat gaan lezen, maar ik vind dat Brusselmans wel vaak over hetzelfde schrijft. Iemand moet altijd maar weer zijn zippo trekken. Ik heb hem eens in Gent zien lopen met zijn hondje. Het is echt een Belg. Hij heeft iets klunzigs en verneukeratiefs. En dan ziet hij er ook nog niet uit met die paardenkop. Het is zeker iemand.

Die arme Friezen kunnen dat soort taal toch helemaal niet aan van jou?
Nee, kunsthistoricus Huub Mous bijvoorbeeld. Dat is ook een voortdurende bron van over en weer hakketakken. Maar soms praten we ook gewoon met elkaar hoor. Dan zijn we gewoon twee heren die het over veel dingen wel eens zijn en zitten we gewoon gezellig met elkaar te keuvelen. Bovendien had ik de laatste keer dertig pilsjes op, dus dan weet je toch niet meer precies waar het over gaat. We hebben ook allebei de pest aan de Leeuwarder Courant. Jammer dat hij zich van me wil distantiëren omdat hij het met me oneens is op beeldend gebied.

Is dat een reden voor conflict?
Dat gebeurt in beeldende kringen heel gauw. Elke richting een hokje. Er is een groot spanningsveld.

Lekker wereldje.
Als ik het over had moeten doen, had ik hier nooit voor gekozen. Nooit. Geen haar op m’n hoofd.

Goh.
Al het gezeik onderling, al het geharrewar. Ik kan me wel iets leukers voorstellen.

Dan had je een vak geleerd?
Ik heb aanbiedingen gehad in de automatisering bij een grote onderneming van kantoormeubilair. Mits ik mijn baard af zou scheren. Nou, dat doe ik niet, want dan zie je mijn enorme babykop.

Tegenstand is wel jouw thema, hè?
Zo moet je ook leven. Tegenstand is mijn benzine. En als het goed gaat zoals nu, is dat niet zo goed voor mij. Dan verveel ik me.

Nu verveel je je?
Eigenlijk wel. De strijd is voorbij. Het is over.

En daar berust je niet in?
Ik vind ook niet dat je daarin moet berusten. Het moet doorgaan tot de laatste snik.

En nu komt de strijd niet meer naar jou toe?
Nu is het omgekeerd.

Je zoekt het op?
De strijd is mijn redding. In ‘76 kwam ik iemand tegen die zei: die jongen heeft een om zich heen schietende torpedobootjager in zijn bek. Mijn vrouw vond het afschuwelijk, zo’n torpedobootjager in je mond, maar ik vond het een eerbetoon. Je moet je altijd verzetten en je nergens bij neerleggen. Anders stond ik nu weg te kwijnen voor de klas op een lagere school.

Dus je had toen nooit gedacht dat je leven zo zou zijn toen je vijftien was?
Nee, de omslag kwam voor mij door contact met moderne literatuur, waarin mensen voorkwamen die zelf hun keuzes bepaalden. Toen dacht ik: wat ben ik eigenlijk een dikke lul als ik niet mijn eigen keuzes bepaal. Toen nam ik mijn eigen lot in handen.

Maar tóch zou je iets anders gedaan hebben achteraf?
Ja, het is teveel inzet voor geweest voor te weinig resultaat. Dan had ik liever reclame gekozen. Lekker een campagne maken tussen twee lachbuien door. Had ik een lekker luxe consumentenleventje kunnen leiden.

Dat rijmt totaal niet met wat je tot nu toe hebt gezegd.
Het leven is ook heel tegenstrijdig. Je hebt een hele hoop kansen op een bepaald moment. Door toevalligheden kom je bij wat je doet.

Heb dan het gevoel dat je het leven vergooid hebt met kunst maken?
Nee, dat ook niet. Het heeft alleen niet veel nut gehad.

Je hebt geen enkel doel gediend.
Misschien is dat wel het doel van de beeldende kunst. Dat het geen doel dient.

Vind je het raar om dat te bedenken?
Ik denk er eigenlijk niet over na, maar nu je het zegt, ja. Sommige musea hebben wel werk van me, maar hangen het niet op. Toch is het een basis voor iets. Het heeft geen gevolgen op dit moment, maar is wel een basis. Dus we houden hoop. Eigenlijk interesseert het me ook geen hol.

Is dit nu de ultieme vrijheid voor jou?
Vrijheid is altijd beperkt door je mogelijkheden en je omgeving. Ultieme vrijheid is fictie. Ik voel me niet beperkt, maar alles is relatief. Kun jij een beperking noemen?

Wilde seks op een altaar in België?
Dat is erg gevaarlijk heb ik gelezen. Daar kun je hele erge ziektes van krijgen. Seks is voor mij nooit een doel op zich geweest. Kunst maken ging voor alles, daar was alles aan ondergeschikt.

Kunst wint van seks.
Ik nam de kunst gewoon heel hoog op. Daar had ik toen alles voor opgegeven, alles. Op de academie in ’63 kwam Madeleine, het mooiste meisje van de klas gehuld in niets dan een handdoek mijn atelier binnen ’s avonds. Naïef als ik was, had ik het niet eens door en zei ik dat ik bezig was. Die kwam natuurlijk niet meer terug. Eigenlijk ben ik een lammetje, een zachte, witte duif. Je had wel seks op een Belgisch altaar met ‘fifty-fifty’ types. Mensen nemen dat heel serieus. Ze vragen me wel eens: heb je echt met al die mensen geneukt?

Ben je al vanaf je 25e monogaam dan?
Dat moet ik even opzoeken (is even stil). Nee, toch niet. Maar dat ligt een beetje gevoelig.

Het klinkt een beetje als een vlucht, de armen van een ander opzoeken.
Zo gaan die dingen. Dat moet een jongerenblad begrijpen. Zeker als je jonger bent is de verleiding volop aanwezig. Ik denk er verder niet over na. Dingen zijn gebeurd en hoppa!

Dus soms moet je gewoon even hoppa?
Ik zit er niet over te tobben. Ik heb nooit ergens spijt van omdat ik er niet over nadenk. Het is gewoon gebeurd, hop, passé, volgende kilometerpaal. Je moet het in het leven gewoon een beetje leuk maken met elkaar. Anders moet je stoppen. Je moet het niet gaan verchagrijnen. Daar is het leven veel te kort voor.

Draag je nu jarretels?
Nu niet. Ik heb ooit jarretels van mijn vrouw gepikt voor een zelfportret. In ‘81 was dat heel choquerend, daar ga ik niet geheimzinnig over doen. Dan kwam er zo’n oude heer op bezoek om portretten te kopen die op zijn zachtst uitgedrukt een beetje vreemd zijn. Dan was ik wel een beetje zenuwachtig. Het is natuurlijk erg stout, maar ik ben geen Maarten ’t Hart die voor de gein in vrouwenkleding loopt.

Hoe choqueer je mensen tegenwoordig?
Ik weet het niet. Als patser, een laffe man, een nare, akelige rotzak. Zo wordt ik genoemd door mensen als dat nijlpaard. Dan is Fred weer de boeman in de kunstwereld, mensen zien er geen dubbele bodem en humor in. Dan komt dat hele verhaal van vroeger weer naar boven.

De geschiedenis herhaalt zich.
Ik denk dat ik van nature een verlegen mens ben, door zichzelf overschreeuwd. Vanuit een bepaalde eerlijkheid ben ik gaan schrijven. Tegen vriendjespolitiek in de kunstwereld. Toen begon ik brieven naar kranten te sturen, werd ik de gebeten hond en wilden mensen niks met me te maken hebben.

Maar je bevestigt dat imago wel natuurlijk.
Ik speel er meer mee. Zo is ook mijn kunst.

Je zelfportret met vinger in je neus bijvoorbeeld?
Ja, laat ze maar lullen.

Leef je eigenlijk niet het imago dat voor je is neergezet?
Goede vraag. Ik denk het wel. Maar ik maak geen ruzie met iedereen. Dat zou te gek worden. Dan ben je de dorpsgek. Misschien is het ook een parodie op het kunstenaarschap.

Schilder je niet uit eerzucht?
Het heeft te maken met jezelf te verwerkelijken. Om te proberen uitmuntende dingen te maken.

Dat is je doel?
Dat is het enige dat ik kan. In andere dingen ben ik middelmatig. Ik ben een middelmatige gitaar- en pianospeler.

In de kunst vind je jezelf briljant.
Eh… eigenlijk wel goed ja.

Briljant.
(lacht) Dat zeg ik natuurlijk wel. Maar het zichzelf benoemen als genie is natuurlijk ook een pose. Jeugdgenie of wat dan ook, het is zelfspot. Lastig hoor zo’n gesprek, je moet zo improviseren ook. Ik zit er nooit zo over na te denken. Ik ben niet zo introspectief. Het is makkelijker om iets op te schrijven.

Je zei: ik schep een modern wereldbeeld. Hoe zie je die wereld dan?
De wereld is interessant, veelzijdig, raadselachtig, gestructureerd. Ik schilder geen jonkvrouwen en paladijnen. Het gaat over mezelf en dingen die ik meemaak. De eerste vereiste is dat mensen het een beetje leuk met elkaar maken. Constructief met elkaar bezig zijn en conserveren. Niet stuk maken, niet gaan schieten, niet gaan moorden.

En jouw bijdrage daarin is?
Dingetjes maken, niet alleen kunst. Ik heb veel huizen hersteld, timmerwerk gedaan, kabels aangelegd en verbeterd. Daar heb ik plezier in, niet in afbreken.

Dus als lezers van Vice een kabeltje los hebben dan mogen ze jou bellen?
Zonder meer!

INTERVIEW: TIEME HERMANS
PORTRET FRED: MENNO KOK
OVERIGE BEELDEN: FRED VAN DER WAL

Vice Magazine, januari 2011

Social links powered by Ecreative Internet Marketing