Facebook

De eerste maanden van de reis was het zomer in Europa. Goede wegen, warm weer en veel kamperen. Soms was het zwoegen in de Tatra's, de Karpaten of op de Krim en voelde het of het zweet met liters naar buiten gutste. Toen ik in Yalta een voorzichtig stapje op een toevallig in de buurt zijnde weegschaal waagde, schrok ik me wild. Het wijzertje bleef na wat heen en weer trillen staan op een magere 66 kilo. Ik ben weliswaar mager gebouwd, maar met mijn 1,83m zou ik zoch zeker 73 mogen wegen, wat ik ook deed toen ik vertrok. Licht bezorgd schepte ik nog maar een keer extra op bij mijn fijne gastfamilie die mijn probleem begreep en me de volgende dag prompt wegstuurden met een enorme stapel Russische pannenkoeken.

Ik ben een grote eter en heb menigeen thuis verbaasd met de porties die ik weg kan werken. Maar wie fietst, valt af. Toch vind ik 66 kilo geen gezond gewicht en probeerde ik te bedenken hoe ik dit kon oplossen. De oplossing diende zich aan zonder dat ik er veel voor hoefde te doen en bleek geografisch van aard: de Kaukasus. Toen ik na wat omzwervingen aan de Zwarte Zee landinwaarts ging naar de Stad Stavropol, de poort naar de Kaukasus, ontfermde de lokale fietsclub VeloKavkaz zich over me. En hoe! De eerste avond al liep een kopje thee uit de hand tot ik bijna niet meer mijn Santosje opkwam. Ze zouden me gedragen hebben, de helden. De een kwam aanzetten met een blad vol koekjes en snoepjes, ern een ander duwde me een enorme shoarma in de handen, en dat was nog voor de barbecue die in allerijl werd georganiseerd.

In de daaropvolgende weken toerde ik door de kleine republiekes in de zuidelijke Kaukasus, stak ik de Grote-Kaukasus over naar Georgië en maakte ik een drieweeks rondje in de Kleine-Kaukasus in Armenië. Zo verschillend als de landjes op dit culturele smeltpunt zijn, zo eenduidig is de regel wat betreft gastvrijheid: de gast is koning en de koning moet eten. En de koning at  en at. 'Kucha, kucha', moedigde menig Russisch omaatje, Armeense boer of Georgische wijnneus me aan. 'Eet, eet'. Menigmaal moest ik echt naar adem happen om deze vanzelfsprekende dwangvoederij het hoofd te kunnen bieden.

Dit is geen klaagzang. De hoffelijkheid en de bijzondere omgang met reizigers als ik vind ik bijzonder om mee te maken. Het geeft me de unieke kans een kijkje te nemen in het dagelijks leven van mensen op het platteland, laat me proeven van de diverse en interessante keukens hier en ik vind het interessant aan Nederlanders te kunnen laten zien hoe er hier met vreemdelingen wordt omgegaan. De uitnodigingen bij de tientallen families waar ik inmiddels bij ben aangeschoven gingen hoe zuidelijker ik kwam steeds vloeiender. In Armenië hoefde ik bij wijze van spreken maar een dorpje in te rijden om binnen vijf minuten ergens naar binnen gesleept te zijn voor een maaltijd, een borrel en meestal een slaapplek. Want met de hoeveelheid wijn en lokaal gestookte brandy die erbij geschonken wordt, zou het niet meer verantwoord zijn me weer de weg op te sturen.

Inmiddels ben ik de 70 kilo weer ruimschoots overschreden en verlang ik er af en toe zelfs naar om niet uitgenodigd te worden en ergens mijn eigen eenvoudige campingmaaltje te kunnen maken. Ik verlaat de Kaukasus met bijna 8000 kilometer achter me, ben goed aangesterkt en klaar voor de winter. Met een warm hart en een volle maag fiets ik richting Iran.

Social links powered by Ecreative Internet Marketing