Facebook

Drie oude pelgrims schuifelen langzaam vooruit terwijl de stoet jongere monniken geduldig volgt. Met hun dunne armpjes geven de pelgrims geroutineerd een geweldige zwaai aan  de gebedsmolens waarmee ze steeds weer een nieuw gebed de wereld insturen. In een ronde om het Tibetaanse Labrangklooster van 3 kilometer zal elke pelgrim op deze manier 1174 gebeden uitzenden.

Samen met twee Zwolse vrienden ben ik beland in de Tibetaanse gebieden ten zuiden van de zogenaamde Autonome Regio Tibet. Deze historische regio Amdo is nu ingelijfd bij de Chinese provincie Gansu, maar herbergt nog altijd een grote Tibetaanse populatie die zich onder andere concentreert rond het plaatsje Xiahe, een van de meest vooraanstaande boeddhistische kloosteroorden buiten Tibet. Per bus vertrekken we vanuit de grauwe stad Lanzhou en trekken de bergen in.

De eerste aanblik op Xiahe vertelt ons meteen dat we in een andere wereld zijn. Het sierlijke Tibetaanse schrift en het rood-witte houtwerk met stippen op de kleine restaurantjes en huizen laat China van een onverwachte kant zien. Voor zover ik wist zat Tibet voor onafhankelijke reizigers als ik op slot en kon ik fluiten naar die ervaring. Nu kijken we onze ogen uit als monniken in hun bekende fuchsiapaarse gewaden hele gewone dingen aan het doen zijn, zoals gezellig eten in een restaurantje, bellen met een hippe smartphone of aanschuiven bij een van de kapperszaakjes om zich in navolging van Boeddha te ontdoen van hun hoofdhaar. Alle kappers zitten vol met monniken en ik vraag me af of de kappers hier ook andere kapsels kennen dan 'alles eraf'. Ook de gezichtstrekken van de mensen in Xiahe zijn anders dan die in de Chinese steden. De Tibetanen hebben ronde gezichten, ze zijn donkerder dan de Han-Chinezen, hebben vaak een rode blos op de wangen en soms zelfs sproetjes. In tegenstelling tot de stadstibetanen dragen de dorpelingen nog de traditionele klederdracht zoals lange wikkeljurken en wollen jassen.

Ik ben altijd al geboeid geweest door Tibet. Niet zozeer vanwege hun charismatische vrijheidsstrijd, want zoals hen zijn er honderden volkeren ter wereld. Bovendien waren de Tibetanen behalve religieuze bergbewoners ook niet altijd lieverdjes: ook hun geschiedenis kent plundertochten, onderlinge moord en doodslag en slavernij. Nee, wat mij juist zo intrigeert is dat deze nomaden in extreme klimatologische omstandigheden in een vijandige omgeving zo'n krachtige spirituele traditie en leefwijze in stand hebben gehouden. Vandaag de dag zijn de Chinezen heer en meester in hun gebied, wat de Tibetanen hier in Xiahe flink gevoeld hebben tijdens de Culturele Revolutie. Duizenden monniken werden uit het klooster verjaagd, het heiligdom werd aan zijn lot overgelaten en raakte geleidelijk in verval. Nu krabbelt de gemeenschap langzaam op, is het aantal monniken inmiddels weer gestegen tot 1200 en wordt er les gegeven in astrologie, medicijnen, esoterisch boeddhisme, recht en theologie. Het hele jaar door komen pelgrims van heinde en ver naar dit klooster en tijdens de religieuze festivals trekken nomaden uit de wijde omgeving naar Labrang. Vast onderdeel van de pelgrimstocht is de ronde om het klooster waarbij aan alle 1174 gebedsmolens gedraaid moet worden. Zoals bij de bekende Tibetaanse gebedsvlaggetjes de gebeden verspreid worden door de wind, worden de gebeden op deze khorten verspreid door de rondgang van de molen. Het geluid van de rollende houten molentjes is goed hoorbaar als ik rustig achter de oude pelgrims aan stap. Ingetogen mompelen de mannen mantra's terwijl de overkapte galerij hen langs stoepa's en tempels leidt, waar velen een stop maken om te bidden.

We volgen een oude vrouw met zwarte bolhoed op waar gitzwart gevlecht haar onder vandaan komt. Aan de linkerhand loopt haar kleindochter die duidelijk van jongs af al aan ondergedompeld wordt in de boeddhistische rituelen. Het kleine meisje draagt plechtig een plastic bakje met jakboter die ze offert als brandstof voor de kaarsen die altijd lijken te branden. Met haar bolhoed en kleurrijke jurk doet de klederdracht van de vrouw me wat denken aan Peru, maar verwantschap lijkt me toch wat onwaarschijnlijk. Bij de tempel wordt ons met druk houtsnijwerk aan de buitenkant en kleurrijke beschilderingen aan de binnenkant het pad naar verlichting gewezen en worden we herinnerd aan het feit dat we eigenlijk ons leven lang achter onze eigen staart aanjagen. Voor een niet-ingewijde in het boeddhisme is het bezoek aan zo'n tempel wat verwarrend. Het boeddhisme staat immers bekend als hele vreedzame religie maar dan sta je toch ineens tegenover boze monsters, rode mannen en meerarmige wezens. Misschien moet ik even bij die universiteit naar binnen voor een stoomcursus boeddhistische kunst.

Terug in het dorp merken we dat deze bedevaart voor veel jonge monniken ook echt een uitje is. In de soevenirwinkeltjes zie ik ze kinderlijk blij de bidkettinkjes, beeldjes en kralen bewonderen. Helaas is er geen foto van Chinees staatsvijand de Dalai Lama te bekennen, maar we ontmoeten op straat een vrolijke man die ons stiekem een fotoreeks laat zien op zijn telefoon. Dan is het etenstijd en duiken we lukraak in een zijstraatje een van de vele restaurantjes in. Het begint fris te worden buiten, want ook al is het hartje zomer, we zitten  op zo'n 3000 meter hoogte. In wezen lijkt de Tibetaanse keuken erg op die van Centraal-Azië; melkthee, jakboter, vlees en stevig brood. Maar de Chinese invloed brengt ook thukpa, noedels op Tibetaanse wijze en de-thuk, een hartige soep voor koude dagen. Wij kiezen voor een Tibetaanse variant op hot pot, een pittige fondue uit de aangrenzende provincie Sichuan. Met het stoom uit onze oren staan we een uur later weer buiten en lopen we de koele avond tegemoet terwijl in Xiahe de lichtjes doven.

Na twee fijne dagen in hogere sferen rijden we met de bus over een bonkige weg terug naar de grote stad. De overheid maakt zich blijkbaar niet erg druk om de wegen in dit gebied waar vooral Tibetanen wonen, maar de mensen worden tegenwoordig redelijk met rust gelaten. Dat geldt niet voor Lhasa en de kloosters in het eigenlijke Tibet, waar nog regelmatig protesten plaatsvinden en waar wanhopige jongeren en monniken zich zelfs levend verbranden. Ook is de controle in het echte Tibet, een zogenaamde autonome regio, veel strenger en worden Han-Chinezen massaal ingevoerd om het gebied te sinificeren. Tegelijkertijd wordt voor de betalende toerist een façade opgehouden van iets dat er allang niet meer is. Misschien is het maar goed dat we mogen reizen in de rustige Amdoregio en is het misschien zelfs Tibetaanser dan in het echte Tibet.

Social links powered by Ecreative Internet Marketing