Facebook

Zoals gewoonlijk hebben de bewoners van het vorige land me al lekker gemaakt met het beloofde land aan de andere kant van de grens. Ik ben overgestoken naar een grauw land waar mensen weinig om elkaar geven en waar emoties vaak aangewakkerd worden door ongeduld, onverantwoordelijkheid  en wodka.

Ik weet het zelf ook niet zo goed.  Wat je in Nederland hoort over Rusland is weinig rooskleurig. Agressieve weggebruikers, een halfmisdadige regering en overmatig drankgebruik in halfvergane steden waar mensen weinig perspectief hebben. De grens tussen de Krim in Oekraïne en het Russische vasteland is maar een paar kilometer, maar voelt als een gigantische stap. Ik ben op mijn fietsje op weg naar het grootste land ter wereld en heb eerlijk gezegd geen flauw idee waar ik aan begin.

Bij voorbaat al onder de indruk fiets ik naar de haven. Een bewaker neemt me direct onder zijn hoede en zorgt ervoor dat ik niet in de rij hoef te staan en dat mijn bagage niet overhoop wordt gehaald. Wanneer ik tevreden zit te wachten tot ik de boot op mag, word ik van alle kanten benaderd door nieuwsgierige Russen die terugkeren van een vakantie op de Krim. Ze willen allemaal op de foto, en een van de enthousiastelingen komt zelfs terug met een lading snacks en drinken voor tijdens de overtocht.

Op de boot ben ik in no time omringd door en flink groepje Russische mannen die bewonderend naar mijn fiets staan te kijken en uitvoerig hun goedkeuring over de techniek laten blijken. Wanneer ze met zijn allen naar hun auto’s lopen voor fotocamera’s en meer eten voel ik me een soort superster. ‘Ik ben het maar', denk ik. 'Een doodgewone Hollandse jongen op de fiets’. Een wat verlegen oude man staat van een afstandje mee te kijken en stopt me vlak voor we aanmeren een grote zak pruimen toe. Rusland voelt al een paar graden warmer.

Toch is het aan de overkant een ander verhaal. Hoge hekken met prikkeldraad, wachttorens en een wegkwijnende haven begroeten me hier. De douaniers die wat ongeïnteresseerd rondhangen, helpen me echter erg vriendelijk met het papierwerk, stellen geen lastige vragen en sturen me weg met ‘ghave a nais life’. Van hetzelfde vriend, ik ben Rusland binnen.

De eerste indruk van het kustlandschap is op deze grauwe dag wat droevig. De kale, uitgestrekte landerijen komen overeen met mijn beeld van Gogol’s landschappen in zijn boek de Dode Zielen. Maar ik mag niet klagen, want ik heb een stevige wind in de rug, de weg is prima en ik word niet gestopt door de passerende politie. Ondanks mijn fijne tempo haal ik het vandaag niet meer naar mijn gastheer in Anapa, 100 kilometer verderop en sla ik tegen het eind van de middag af naar het kustplaatsje Sennoi. Hier pin ik wat roebels en wandel ik het eerste de beste winkeltje binnen voor een simkaart. Met handen en voeten word ik uiterst vriendelijk geholpen, een vrouw gooit zelfs haar winkeltje even dicht om samen in een ander winkeltje een kopie te maken van mijn paspoort. Volgens haar is het hartstikke veilig om mijn tentje op te zetten aan zee, dus ik ga poolshoogte nemen.

Niet naast een kroeg, niet naast een drankwinkeltje, niet te dicht bij de weg. Wat onzeker fiets ik over het zandweggetje langs het strand. Ik weet het niet. Verhalen over domme agressie in Russische dorpen schieten door mijn hoofd. Dan zie ik een dame op leeftijd staan, en vraag in mijn beste Russisch of ik in haar tuin mag kamperen. ‘Wacht maar’, zegt ze, ‘mijn vriendin spreekt Frans’. De vriendin die spreekt inderdaad Frans. Namelijk het woordje ‘bonjour’, de rest is ze vergeten, maar een andere vriend spreekt Duits. Het zal me benieuwen.

‘Guten Tag’, klinkt het twijfelachtig. Inderdaad, hij spreekt geen Duits. Toch mag ik na wat onderlinge discussie mijn tentje opzetten, met uitzicht op zee. Ik sta nog niet goed en wel of er komen drie stevige dames triomfantelijk aangelopen. De eerste met een groot bord gevulde paprika’s, de tweede met een kop thee en de derde met servetjes en een suikerpot. Dankbaar geniet ik van mijn eerste Russische maaltijd en vervloek mezelf dat ik er weer in ben getrapt, weer geloofde ik dat ik een ontzettend eng land infietste, en weer werd ik met open armen ontvangen.

'S avonds herinnert de 'Duitser' een paar woordjes en vertelt me over zijn tijd als bewaker van het IJzeren Gordijn en het neerslaan van de Praagse Lente. Zijn vrouw is druk met het organiseren van sterke zwarte  thee met zoetigheid. In Rusland is dat duidelijk niet een bescheiden biscuitje, maar verschijnt er een enorme schaal gebakjes, koekjes en snoep op tafel. En de schaal moet leeg. Volgepompt met suiker lig ik even later in mijn tentje en val wonder boven wonder diep in slaap.

De volgende morgen mag ik komen ontbijten, douchen en word ik na een uitgebreide fotosessie geknuffeld en uitgezwaaid door mijn drie nieuwe Russische moeders. Op het laatste moment krijg ik een orthodox icoontje en een oorlogsheldenlintje toegestopt, dus ik weet het zeker: in Rusland kan me niks gebeuren.

Social links powered by Ecreative Internet Marketing