Facebook

Vlak voor ik ontplof, krabbel ik vlug mijn enige hoop op een papiertje: over tien dagen ben ik in Vietnam. Ik lig in mijn tent in een nauwe greppel onder een billboard naast de drukke weg. Met amper ruimte om normaal op te kamperen, hangt de buitentent er slordig bij en ligt mijn matje precies op een uitstekende bult. Natuurlijk gaat het regenen en wanneer ik mezelf eindelijk om de bult heen gemanoeuvreerd heb, lekt het van alle kanten naar binnen. Met nog ruim 1000 kilometer en tien dagen te gaan voor de verlossing, komt alle frustratie naar boven. Ik heb het helemaal gehad met China.

Op reis stel ik me zo goed ik kan open voor de zeden en gebruiken in mijn tijdelijke thuisland en ik buig, vaak letterlijk, voor cultuurverschillen. Zo leerde ik bijvoorbeeld dat als je iets aangeboden krijgt in Iran, dit vaak een beleefdheidsgebaar is dat je niet moet accepteren, dat je in Georgië dient te wachten met drinken tot de oudste het glas heft met een emotionele toast, dat men in Centraal-Azië groet met de rechterhand op het hart en dat je in Mongolië nooit met je voeten naar iemand toe mag zitten. De soms minder verblijdende gebruiken waren bijvoorbeeld dat de vrouwen in veel traditionele samenlevingen vaak onnatuurlijk op de achtergrond leven, dat je Roemeense gastheer ' ochtends zomaar met een stevige borrel naast je bed kan staan en dat een Armeen nog wel eens flink antisemitisch uit de hoek kan komen.

Soms is het even slikken, maar meestal kan ik het zien in de context en heb begrip voor de situatie waaruit het ontstaan is. Maar soms heb je gewoon even geen zin. Wanneer je fietspech hebt en een kluit mannen zonder een hand uit te steken met open mond staat te staren, wanneer je vergaat van de honger en nergens iets te eten vindt of wanneer je hopeloos verdwaalt aan het eind van de dag in een Chinese stad zonder leesbare borden en met agenten die je telkens weer de verkeerde kant opsturen. Na een paar weken non-stop fietsen door China ben ik aan het eind van mijn Latijn en gebeurt alles tegelijk. Ik heb een halve dag verspild om de stad uit te komen, kan geen kampeerplek vinden in een stikdonkere, volle vallei en ben al drie keer door mensen weggestuurd, en nu lig ik in deze ellendige greppel en ben ik er helemaal klaar mee. Alles waar ik normaal gesproken geduld voor heb, komt naar boven en ik heb zin om even grondig gal te spuwen op het land waar ik blijkbaar een dubbele relatie mee heb.

Ik lig in mijn lekkende tent ga flink tekeer. Hier komt het China, houd je vast: Waarom lijkt het een nationale hobby verdwaalde buitenlanders de verkeerde kant op te sturen? Vinden jullie het echt zo leuk om continu te toeteren en zo debiel mogelijk te rijden? Welke dwaas verbrandt zijn berg kaf in de berm van een drukke snelweg? Waarom snapt niemand de handen- en voetentaal die ze in andere landen wel begrepen? Waarom het eeuwige domme staren? Is het nodig om altijd en overal te rochelen, je eten op te slurpen en naar elkaar te schreeuwen? Snapt hier dan niemand dat er op deze wereld mensen mensen zijn die geen Chinees spreken? En serieus, denk je werkelijk dat die persoon het Chinees dan wel kan lezen? Vlieg op me je 'meo' (nee) op mijn vraag of ik ergens mag kamperen, je 'meo' als ik beltegoed wil kopen en mijn simkaart uit een andere provincie komt! Echt, de volgende die 'meo' zegt… Wie wil er wonen in deze vreselijke steden waarin de weg zo slecht aangegeven is, die overvol zijn en ook nog lelijk? Waarom durven jullie niet zonder halve boerka de zon in en zitten jullie op je brommer met je jas achterstevoren? En hoe zit het met dat belachelijke toerisme van jullie waarbij alles wat mooi is of ooit was in een circus wordt omgetover en wat jullie in grote groepen met gele petjes, vlaggetjes, rode truien en files met bussen komen bekijken? Je zou eens alleen iets ondernemen of ontdekken!

Zo, hart gelucht denk ik. Het is best lastig als je niemand hebt om mee te reflecteren. Ik voel me een buitenstaander hier, veel meer dan in de lege valleien Mongolië of het schaarsbezochte achterland van Oezbekistan. Het lijkt wel of ik in China door een andere wereld fiets en alleen kan toekijken zonder deel te nemen. Hoewel ik ook geen Hongaars, Kazachs of Mongools sprak, krijg ik juist in China het gevoel dat ze geen idee hebben wat ze aanmoeten met een vreemdeling. Het geeft aan hoe afgesloten China eigenlijk is en hoe weinig informatie over de rest van de wereld doorsijpelt. Zeker in de vele gebieden waar nooit een buitenlander komt. Wat, spreek je geen Chinees? Dan schrijven we het wel even op. Alleen al de talloze keren dat iemand goedbedoeld Chinese tekens voor me begon op te schrijven, laten zien hoe weinig kennis er is over het bestaan van andere talen en culturen. Wanneer ik met een Chinees woordenboekje zwaai, blijken ze niet te kunnen lezen. Slechte ogen? Geen probleem, ik zie zelden iemand een krant of een boek lezen en winkeliers gebruiken zingende rekenmachines. Zelfs de handgebaren zijn anders. Tot tien tellen doe je op een hand zodat het opsteken van je duim en je pink zes is en je vuist een tien. Het is meestal leuk om te leren van de kleine verschillen, maar hoe moeilijk is het nou om te begrijpen dat ik iets wil eten als ik een restaurant binnen loop en dat op drie manieren duidelijk probeer te maken?

Ondanks duizenden jaren geschiedenis is er buiten de grote trekpleisters vaak maar weinig overgebleven in China. Het volgebouwde oosten heeft zwaar geleden onder de Japanse oorlogsmachine, de daaropvolgende culturele revolutie en nu de gehyperventileerde opbouw van het moderne China. Tel daar nog de drie verwoestende stormen in minder dan een eeuw bij op. In het binnenland zie ik bordjes met Tourist Town, Scenic Area en Ancient City die leiden naar mooie meren, stadjes en tempels die zijn veranderd in een circus, waar cassettebandjes vogelgeluiden laten horen, waar overal schreeuwerige kooplui staan, er zijn kermisattracties, neonlichten, asfalt en kitschie nagebouwde oude gebouwen. Vaak lijkt het alsof eerst alles afgebroken en toen weer opgebouwd is zodat het er spiksplinternieuw uitziet, maar dan in oude stijl. Parkeerplaatsen vol toerbussen spuwen ladingen mensen met dikke camera' uit en er wordt  meteen driftig geposeerd als bloem, vliegtuig of de Chinese klassieker met twee peace-handjes naast het gezicht. Hier heb ik niets te zoeken en ga liever naar het naastgelegen meer of klooster dat er praktisch uitgestorven bij ligt. Onafhankelijk reizen in China is nog een uitzondering.

Ondanks dat ik China een fascinerend land vind, veel culturele hoogtepunten heb gezien en het heerlijk vond om ondergedompeld te worden in een totaal vreemde wereld waar ik de enige buitenlander ben, krijg ik er als bonus een flinke stapel uitdagingen bij. Het zal wel een deel van het acceptatieproces zijn dat in horten en stoten komt bij een dergelijke cultuurschok. De meeste grenzen die ik tot nu toe overstak waren cultureel gezien veel minder relevant. In het zuiden van Rusland kwam ik al in aanraking met de islamitische gebruiken, in Iran vond ik veel gewoonten terug die ik eerder zag in de Kaukasuslanden en in Centraal-Azië was het weer de Russisch-islamitische sfeer die ik herkende. Maar hoewel er in China veel Turkse Oeigoeren en etnische Mongolen in de randgebieden wonen, was de overgang Kazachstan-China en later Mongolië-China enorm. Van het ene op het andere moment op een andere planeet.

Zelfs tijdens mijn tirade weet ik dat alles wat ik nu vervloek juist datgene is waar ik later met weemoed op terug zal kijken en om zal lachen. Want waar ter wereld krijg je nog de kans op zo' onderdompeling? Ik weet bijvoorbeeld zeker dat ik in Zuidoost-Azië geconfronteerd zal worden met de aanwezigheid van grote groepen backpackers, iets waar ik met wat gemengde gevoelens naar uitkijk. De volgende morgen schijnt de zon, mijn tent is droog en ik vind de beste ontbijtnoedels in tijden. De mensen zijn vriendelijk, ik vind een rustig landweggetje dat parallel loopt aan de drukke hoofdweg en de donkere vallei van gisteren leidt me een wijds heuvelland in. Terwijl ik weer een wonderlijke inhaalpoging aanschouw van een luid toeterende truck op de vluchtstrook, zit ik met een brede grijns op mijn fiets. Gisteren was slechts een oppervlakkige openbaring van een van de vele gezichten van het complexe China. Ik blijf elke dag leren en bedenk dat dit soort ervaring en lessen niet het eindpunt of conclusie van de reis zijn, maar juist een doorbraak en eigenlijk pas het begin.

Social links powered by Ecreative Internet Marketing