Nieuwe inzichten

Eigen werk

Na mijn eerste voorzichtige slagen op vreemde bodem begint alles pas echt te rollen. Ik voel de drang om vooruit te komen. Ik wil voelen dat de reis onomkeerbaar is, en dat ik niet met twee slagen terug ben in Nederland. In deze eerste fase heb ik echt behoefte aan ankerpunten. Het fietsen is nog wat onwennig, het vinden van een slaapplek voelt nog erg spannend en het menselijk contact houdt ook nog te wensen over. Toch merk ik dat mensen op me reageren als ik met volle bepakking voorbij kom gehobbeld. Toen ik een Duitse simkaart wilde kopen in Nordhorn bijvoorbeeld. Ik sta daar in die winkel te praten met de verkoper, met mijn fiets recht voor de deur geparkeerd, als er een man aan komt lopen die halt houdt bij mijn fiets. Hij kijkt een keer goed, loopt een rondje, kijkt naar mij en nog eens naar de fiets en komt dan resoluut op mij afgestapt, stelt wat vragen over de reis en voor ik het door heb betaalt hij voor mijn simkaart! Gewoon omdat hij het zo’n goed verhaal vindt. Dit was het soort ervaring waar ik naar op zoek was. Het gaat niet om het geld, maar je weet dat je als soloreiziger vaak afhankelijk bent van vreemden. Dit vertrouwen moet groeien, en ik weet dat voor mij dit moment een doorbraak was. Ik zou die nacht bij vreemden doorbrengen!

Tegen het advies van mijn kaart en de Tourist Office in Nordhorn besluit ik om mijn eerste echte dag in Duitsland zo hard mogelijk naar het oosten te trappen. Om dit verlangen kracht bij te zetten, plaatste ik een oproep via Couchsurfing om de nacht door te kunnen brengen bij mensen in Osnabrück, 100 kilometer verder. Wakker geworden met de zon, middenin het bos en zo goed als tussen de herten, zit ik al om zes uur in het zadel.

Via gezellige Duitse dorpjes met veel Nederlandse kenmerken trap ik snel door naar Rheine, waarna tot mijn verbazing het lanschap glooiend wordt. Voor ik het weet zwoeg ik door de hoge heuvels. ‘Die Hollandische Alpen’, vertelt een oude schapenboer vrolijk terwijl hij me een tweede glas inschenkt. Vlak voor de top van een van de hoogste heuvels spotte ik een bordje met ‘Bioland’, dus heb ik even aangemeerd voor een bezoekje aan deze hooggelegen, biologische schaaphouderij. Ik wordt ontvangen door opa en kleinzoon, die me aan het appelsap zetten en vertellen over hun familiebedrijf. Ze zeggen trots dat hun gezonde schapen overal worden gevraagd om te komen grazen en dat zij de eersten waren in de regio om over te stappen op biologisch. Tijdens de rondleiding langs de lammetjes blijkt er ineens één verstrikt te zitten in het stroomdraad. We zetten snel de stroomtoevoer stop en haasten ons om het trillende beestje te bevrijden. Na een paar paniekerige en schokkerige vluchtpogingen leidt bordercollie Jessie het lam weer naar de kudde, die gebiologeerd toe stond te kijken.

Via een binnendoorweg sjees ik met 50 kilometer per uur de berg weer af Osnabrück in. Terug in de bewoonde wereld kom ik er achter dat Duitsers bijzonder keurig kunnen zijn bij stoplichten. Ik passeer een stuk of zes kruispunten met dezelfde mensen, en telkens weer staan we enkele minuten te wachten voor een weg waar in de verste verten niemand aankomt. Tussen al deze brave borsten kan ik het echter niet over mijn hart verkrijgen door rood te rijden.  

Dan, vlak voor ik het centrum in rij komt mijn verlossende bericht. Ik kan blijven slapen in Osnabrück! Ik kan mijn geluk niet op. Na 100 kilometer met loeizware bepakking, een knie die echt geen zin meer heeft en een schreeuwende behoefte aan een douche, komt dit als een geschenk uit de hemel.

Modderig, bezweet en in m’n malle fietskloffie sta ik wat onbeholpen bij Frank en Ina in de gang. Ze zijn erg relaxed en voor ik het weet zit ik gedoucht en wel met een biertje en zelfgemaakte cake op het dakterras. Er valt echt wat van me af als ik daar zit. Eindelijk de kans om echt met mensen te praten over wat ik heb meegemaakt de afgelopen dagen. Het koude biertje, de douche en het heerlijke thuisgevoel maken ook een boel goed. Ik voel dat ik uit een soort isolement kom waar ik vier lange dagen in zat zonder echt contact te leggen. Dit is precies wat ik nodig heb en dit maakt het reizen de moeite waard! Reizen gaat niet alleen om vooruitkomen en plekken zien. Het zijn de mensen die het maken. Ik weet zeker dat deze eerste ervaring me heeft veranderd en dat ik er mijn hele leven profijt van ga hebben. Dit zijn levenslessen. En dat gaat misschien met horten en stoten, maar ik doe het wel op mijn manier. Stiekem ben ik trots op mezelf. Is dat oké?